(29 mei 2023)
Gisteren, op eerste Pinksterdag, bloeide bij ons in de tuin de eerste grote klaproos, ook wel gewone klaproos genoemd. Wat een intense kleur rood heeft die toch! Heel passend, want rood is ook de kleur van Pinksteren. Tijdens de Eerste Wereldoorlog stonden de slagvelden in Vlaanderen vol bloeiende klaprozen. De Canadese arts en dichter John McCrae beschreef dit in zijn gedicht “In Flanders Fields”. Klaprozen zijn daarom in de landen van het Gemenebest van Naties het symbool van de Eerste Wereldoorlog.
Klaprozen zijn eenjarige pioniersplanten. Vroeger waren ze te vinden op graanakkers, maar door bemesting en onkruidbestrijding vind je ze daar (bijna) niet meer. Wel komen ze soms massaal op in omgewerkte bermen en op dijk- en spoortaluds. Of in de moestuin, zoals bij ons. Als de bodem met rust wordt gelaten, verdwijnen ze. Omdat het zaad lang kiemkrachtig is, verschijnen ze weer als er in de bodem wordt geroerd. Klaprozen zitten ook in veel eenjarige bloemenmengsels.
Soorten van het geslacht Papaver hebben allemaal wit melksap. Daarin zitten alkaloïden: stoffen die inwerken op het centraal zenuwstelsel van mens en dier. Van het melksap uit de onrijpe vruchten van de slaapbol, bijvoorbeeld, wordt opium gemaakt.
De klaproossoorten uit ons land (grote, bleke en ruige klaproos) komen oorspronkelijk uit het gebied rond de Middellandse Zee. Het zijn zogenaamde archeofyten. Dit zijn plantensoorten die tussen de laatste ijstijd en 1500 na Christus (bewust of onbewust) door menselijk toedoen in ons land zijn beland en inmiddels zijn ingeburgerd. Volgens Heukels’ Flora van Nederland gaat het om 131 soorten. Veel archeofyten zijn graanonkruiden (zoals klaprozen en korenbloem) en zijn met de opkomst van de landbouw naar onze omgeving gekomen. Ook de Romeinen hebben veel planten geïntroduceerd (eetbare planten, kruiden, sierplanten).
Terug naar de grote klaproos. Voor de bloei zijn de knoppen geknikt. De bloem wordt geheel omgeven door twee kelkbladen die bij het ontluiken eraf vallen. De vier kroonbladen van de grote klaproos zijn vuurrood, met meestal een zwarte vlek aan de voet. De kroonbladen zijn groot en breder dan lang; ze overlappen elkaar voor een groot deel. Ook kunnen ze lichter van kleur zijn, tot wit aan toe. De bloemen bevatten geen nectar, maar leveren wel veel stuifmeel. Hier komen allerlei insecten op af. In onze tuin zie ik er verschillende soorten hommels en zweefvliegen op. De insecten worden gelokt door de grote kroonbladen die zij overigens niet als rood maar als ultraviolet zien.
Na de bevruchting groeit de stamper uit tot een doosvrucht. Als deze rijp is, verschijnen onder het ‘dekseltje’ gaatjes. De wind schudt de zaaddoos heen en weer en strooit zo de zaden uit.
De kroonbladen van de bleke klaproos zijn licht oranjerood en kleiner dan die van de grote klaproos (foto rechtsonder). Ze overlappen elkaar gedeeltelijk. De kroonbladen van de ruige klaproos, tenslotte, zijn rood met een zwarte vlek. Ze zijn veel kleiner dan die van de grote en bleke klaproos en ze bedekken elkaar niet.
Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.
𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘕𝘦𝘥𝘦𝘳𝘭𝘢𝘯𝘥𝘴𝘦 𝘰𝘦𝘤𝘰𝘭𝘰𝘨𝘪𝘴𝘤𝘩𝘦 𝘧𝘭𝘰𝘳𝘢, 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢, 𝘍𝘭𝘰𝘳𝘢 𝘷𝘢𝘯 𝘕𝘦𝘥𝘦𝘳𝘭𝘢𝘯𝘥

Eén gedachte over “Soort van dag 149: grote klaproos”