(20 juni 2023)
In de week van de invasieve exoten (16 t/m 25 juni) besteed ik elke dag aandacht aan een (invasieve) exoot. Het gaat hierbij om planten en dieren die door toedoen van de mens in ons land voorkomen en schadelijk zijn, o.a. voor de biodiversiteit. Vandaag gaat het over de reuzenbalsemien (ook wel bekend als springbalsemien).
Bij mijn jeugdherinneringen hoort de geur van reuzenbalsemien, een plant die we in de tuin hadden staan. Die geur vind ik overigens niet echt lekker (weeïg). Met kinderen heb ik tegen de vruchten getikt en gekeken hoe de zaden wegschieten.
De reuzenbalsemien is een eenjarige plant die 2,5 meter hoog kan worden. De plant is afkomstig uit de West-Himalaya. Rond 1850 werd de plant in Europa als sierplant geïntroduceerd. Ook werd hij aangeplant als nectarplant voor bijen. Vanaf 1915 is hij gaan verwilderen. Je treft hem nu overal in West-Europa aan.
De plant is onmiskenbaar, vooral als hij bloeit. De bloemen zijn vrij groot (2-5 cm) en roze, lila of wit van kleur. Ze staan bij elkaar in trossen in de oksels van de bovenste bladeren. De vijf kroonbladen bij elkaar hebben wel iets weg van een helm (in het Engels wordt de plant policeman´s helmet genoemd). Bestuiving vindt plaats door o.a. hommels en honingbijen. Bij de eerste vorst sterft de plant af.
De reuzenbalsemien houdt van vochtige, beschaduwde standplaatsen. In Nederland zie je hem vooral in het rivierengebied en in stedelijke gebieden. Ik ken hem ook van de benedenloop van beken in Frankrijk: daar was het zo ongeveer de enige plant die daar groeide. En daarmee komen we bij het probleem van de reuzenbalsemien. Reuzenbalsemien produceert grote hoeveelheden zaad dat in het voorjaar tegelijk ontkiemt. De plant groeit snel en vormt dichte vegetaties waar geen ruimte meer is voor andere (inheemse) planten. Omdat de plant in de herfst volledig afsterft, zijn de oevers vervolgens helemaal kaal en erosiegevoelig. Door zijn sterke geur lokt de plant bestuivers van inheemse soorten weg, waardoor deze minder zaad produceren.
De reuzenbalsemien staat sinds 2017 op de Unielijst van invasieve exoten. Dus de soort mag niet verhandeld en vervoerd worden. In natuurgebieden moet hij worden bestreden. Dat kan machinaal (maaien in juni-juli) of handmatig in kwetsbare gebieden. Begrazing werkt niet, omdat planteneters de plant mijden. Er is een roestschimmel ontdekt die alleen op reuzenbalsemien voorkomt; misschien dat die kan worden ingezet. In tuinen mag reuzenbalsemien blijven staan mits hij niet in zaad komt. Beter is natuurlijk om hem sowieso te verwijderen. Op de foto rechts onderaan zie je hoe een kiemplantje eruit ziet.
Reuzenbalsemien hoort tot het geslacht springzaad. Er komen in Nederland meer soorten uit dit geslacht voor. Groot springzaad is de enige hiervan die inheems is. Wij hebben in onze tuin (spontaan) klein springzaad staan; die komt oorspronkelijk uit Mongolië. Op de website van FLORON staat een zoekkaart springzaden.
Van de reuzenbalsemien en enkele andere sierplanten is inmiddels bekend dat ze zich invasief gedragen en daarom zijn ze niet meer te koop. Maar hoe zit het met andere tuinplanten? FLORON heeft in opdracht van de NVWA een databank gemaakt met 1.500 tuinplanten. Via deze website kun je vinden of een tuin- of vijverplant (potentieel) invasief is en een gevaar kan vormen voor de biodiversiteit. Ook worden er alternatieven gegeven. Voor reuzenbalsemien: vingerhoedskruid, grote kattenstaart en wilgenroosje.
Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.
𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘕𝘝𝘞𝘈, 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢, 𝘕𝘢𝘵𝘶𝘳𝘦 𝘛𝘰𝘥𝘢𝘺
