(22 juni 2023)
In de week van de invasieve exoten (16 t/m 25 juni) besteed ik elke dag aandacht aan een (invasieve) exoot. Het gaat hierbij om planten en dieren die door toedoen van de mens in ons land voorkomen en schadelijk zijn, o.a. voor de biodiversiteit. Vandaag gaat het over Japanse duizendknoop.
De Japanse duizendknoop is een overblijvende plant die één tot drie meter hoog kan worden. De wortels zitten diep in de grond (soms wel meer dan een meter). De holle, rechtopstaande stengels zijn roodbruin gevlekt. De bladeren zijn eirond en worden vrij groot: tien tot vijftien cm lang. Van juli tot september bloeit de plant met kleine crème-witte bloemen. In Nederland komen alleen vrouwelijke planten (met steriele meeldraden) voor. Daarom vindt er geen zaadvorming plaats. Maar nu blijkt een andere ondersoort die als niet woekerend wordt beschouwd en die te koop is via tuincentra, ook de vrouwelijke bloemen van de woekerende Japanse duizendknoop te kunnen bevruchten. In de winter sterft de plant bovengronds af.
De plant komt oorspronkelijk uit China, Japan, Taiwan en Korea. In de eerste helft van de negentiende eeuw nam de botanicus Von Siebold de Japanse duizendknoop uit Japan mee naar Nederland. Vanuit zijn kwekerij in Leiden verspreidde hij de plant vervolgens over heel Europa. Pas na 1950 is de plant op grote schaal verwilderd. Japanse duizendknoop kun je overal in Nederland tegenkomen, op allerlei bodemtypes en in verschillende leefmilieus.
Naast de Japanse duizendknoop komen er nog een aantal invasieve duizendknopen in Nederland voor: Afghaanse duizendknoop, Sachalinse duizendknoop en de bastaardduizendknoop.
De wortelstokken en stengels van de Japanse duizendknoop breken gemakkelijk. Elk stukje wortelstok of stukje steel met een knoop kan uitgroeien tot een nieuwe plant. Stengeldelen worden met maaien verspreid. Stukjes wortel worden vooral verspreid via grondtransport. Ook het dumpen van tuinafval in de natuur en bossen heeft bijgedragen aan de verspreiding.
Japanse duizendknoop is zeer invasief. De plant loopt vroeg uit en schiet dan de lucht in. Vervolgens ontstaat er een gesloten bladerdek waaronder niets kan groeien. Op plekken met veel Japanse duizendknoop komen ook veel minder ongewervelde dieren voor. Er wordt wel gezegd dat een veld met Japanse duizendknoop ecologisch armer is dan een maïsakker.
Verder kan Japanse duizendknoop grote schade aanrichten aan funderingen, verhardingen, infrastructuur, rioleringen en drainagebuizen. De wortels groeien langs obstakels en door al bestaande scheuren en naden in asfalt, beton of metselwerk.
Japanse duizendknoop staat niet op de Unielijst van invasieve exoten (de Afghaanse wel). Wel geldt er een nationaal handelsverbod. Levensvatbare onderdelen (wortelstokken, stengels of zaad) mogen in Nederland niet worden vervoerd, verkocht of geruild. Vervoer in het kader van bestrijding mag wel, als de plant maar niet verder verspreid wordt.
Voor de bestrijding worden meerdere tactieken toegepast die verschillen in kosten en effectiviteit. Bijvoorbeeld vaak maaien en maaisel op juiste manier afvoeren. Uitgraven. Bevriezen en verhitten van de bodem. Elektrocutie van de plant. Inspuiten van de stengels met het chemische onkruidbestrijdingsmiddel glyfosaat (uiteraard alleen door professionals). Afgraven en zeven van de grond (op zand). Begrazing door schapen of varkens. Afdekken van de grond. Enzovoort. De jonge stengels zijn trouwens eetbaar. Dus: “If you can’t beat them, eat them” (maar zorg er wel voor dat je de plant niet verder verspreidt; dit kan niet in combinatie met chemische bestrijding).
Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.
𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘕𝘝𝘞𝘈, 𝘪𝘯𝘷𝘢𝘴𝘪𝘦𝘷𝘦-𝘦𝘹𝘰𝘵𝘦𝘯.𝘪𝘯𝘧𝘰, 𝘕𝘢𝘵𝘶𝘳𝘦 𝘛𝘰𝘥𝘢𝘺
