(1 juli 2023)
In een bloempot vond ik gisteren parapluutjesmos. Dat is een makkelijk herkenbare levermos die groeit op schaduwrijke en vochtige plaatsen. Vaak vind je ze op kale, verdichte grond, maar ook op vochtige muren en bestrating. Ik ken ze ook van (boom)kwekerijen.
Parapluutjesmos is te herkennen aan de ‘parapluutjes’. Toen ik tussen mijn foto’s zocht, vond ik een foto met andersoortige parapluutjes. Een andere soort? Nee, parapluutjesmos is tweeslachtig. Dat wil zeggen: je hebt aparte mannelijke en vrouwelijke plantjes. De palmboomachtige zijn de vrouwtjes (rechtsonder), de gesloten parapluutjes zijn de mannetjes (rechtsboven).
Wereldwijd komen zo’n 9.000-10.000 levermossoorten voor, meestal in vochtige gebieden. Er wordt onderscheid gemaakt tussen bebladerde levermossen en thalleuze levermossen. Bebladerde levermossen hebben een stengel met twee rijen blaadjes zonder nerven (de blaadjes van bladmossen hebben wel nerven). Thalleuze levermossen zoals parapluutjesmos hebben een bladachtig, lobvormig orgaan wat blad, stengel en wortel in één is. Zo’n orgaan wordt thallus genoemd. Aan de onderzijde zitten rizoïden (soort draadjes) waarmee de levermossen vastgehecht zitten aan de ondergrond. Bij sommige soorten doet de thallus wat aan de vorm (lobben) van een lever denken. Vandaar de naam ‘levermos’ voor soorten van deze groep.
Op de foto links zie je de leerachtige lobben van het parapluutjesmos met daarop broedbekers. Ook kun je de huidmondjes (ademopeningen) goed zien.
In de broedbekers zitten kleine korreltjes. Als er een (regen)druppel op valt, spat het water alle kanten op en neemt de korreltjes mee. Uit zo’n korreltje groeit een nieuw plantje. Naast deze manier van ongeslachtelijke voortplanting komt ook geslachtelijke voortplanting voor. Op de lobben ontwikkelen zich dan in juni-juli de parapluutjes. Aan de onderzijde ervan bevinden zich de geslachtsorganen. De mannelijke voortplantingscellen moeten naar de vrouwelijke toe zwemmen. Als die bevrucht zijn, vormen zich sporenkapseltjes aan de onderzijde van de vrouwelijke parapluutjes. De sporen worden door de wind meegenomen.
De bovenkant van de thallus is waterafstotend. De plant is daardoor ondoordringbaar voor water met eventueel daarin opgeloste schadelijke stoffen en ongevoelig voor luchtverontreiniging. Water wordt opgenomen via schubben aan de onderkant van de thallus. In sterk vervuilde gebieden kan parapluutjesmos dus gewoon groeien, ook op kwekerijen waar met chemische bestrijdingsmiddelen wordt gewerkt.
Er schijnen drie ondersoorten van parapluutjesmos te zijn. Er zijn ook levermossen die op parapluutjesmos lijken, zoals het halvemaantjesmos. Hiervan zijn de broedbekers halvemaanvormig.
Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.
𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢, 𝘸𝘢𝘢𝘳𝘯𝘦𝘮𝘪𝘯𝘨.𝘯𝘭, 𝘕𝘢𝘵𝘶𝘳𝘦 𝘛𝘰𝘥𝘢𝘺, 𝘣𝘭𝘸𝘨.𝘯𝘭, 𝘝𝘦𝘳𝘴𝘱𝘳𝘦𝘪𝘥𝘪𝘯𝘨𝘴𝘢𝘵𝘭𝘢𝘴, 𝘝𝘦𝘭𝘥𝘨𝘪𝘥𝘴 𝘔𝘰𝘴𝘴𝘦𝘯

Eén gedachte over “Soort van dag 182: parapluutjesmos”