Soort van dag 183: tormentil

(2 juli 2023)

Vandaag ben ik over de helft! Tot nu toe is het gelukt om elke dag aandacht te besteden aan een soort (of soortgroep). Aanleiding was een ingezonden brief in Trouw eind december waarin de zorg uitgesproken werd over het natuuranalfabetisme in Nederland. Mensen herkennen nauwelijks meer soorten. Daarnaast gaat het slecht met de natuur en de biodiversiteit. Hoe kunnen mensen biodiversiteits- en natuurherstel als urgent ervaren als ze niet eens weten over welke natuur het gaat? Ik hoop met mijn soort van de dag hier iets aan te kunnen doen (en zelf leer ik er ook veel van).

Vorige week zondag besteedde het programma Vroege Vogels in hun jubileumuitzending hier ook aandacht aan. Ze spraken over het belang van natuuronderwijs en over onze ‘natuur- of soorten(on)geletterdheid’. Liefde voor de natuur kan niet vroeg genoeg beginnen. Daarom dat Vroege Vogels wil weten welke tien soorten een basisschoolleerling zou moeten kennen. Je kunt dat via hun website doorgeven. In september maken ze de tien bekend.
Tien is natuurlijk veel te weinig. Mijn voorkeur zou uitgaan naar soorten die zelf van belang zijn voor de biodiversiteit (veel relaties hebben), zoals paardenbloem, wilgen en zomereik. Ook de nationale bloem (madeliefje) en vogel (grutto) mogen niet ontbreken. Ook een bodem- en waterdier en een schimmel horen erbij. Als kinderen jong zijn, zal het accent liggen op beleving en herkennen van de soort. Als ze ouder zijn, kunnen de relaties met andere soorten, landschap en de mens aan de orde komen. Natuurlijk horen veel naar buiten gaan en zelf onderzoeken erbij. Op Facebook werden al verschillende suggesties voor de tien soorten gedaan. Daarbij werden overigens ook huisdieren, landbouwdieren, tuinplanten en landbouwgewassen genoemd…

Liefde voor de natuur is bij mij vroeg begonnen. Tot mijn vijfde woonde ik in Assen. Uit die tijd heb ik natuurherinneringen zoals broedende koolmeesjes op ons balkon, bijtende zwanen in het park, bloemetjes plukken en een schoolreisje naar Hooghalen. Een heel dierbare jeugdherinnering is samen met mijn vader plantjes opzoeken in zijn flora. Toen ik vier was, leerde hij mij op de hei o.a. tormentil herkennen. In mijn vaders flora zit nog een gedroogd bloemetje. Nu speur ik nog altijd op vochtige heidevelden, schraallanden en duinvalleien naar dit plantje.

Tormentil hoort tot de rozenfamilie en het geslacht van de ganzeriken. De gele bloemen zijn (meestal) viertallig. Dat is ook bij kruipganzerik het geval. De stengels van deze plant liggen en wortelen op de knopen. De stengels van tormentil zijn opgaand. Andere ganzeriken hebben vijftallige bloemen. Net zoals veel roosachtigen hebben de bloemetjes veel meeldraden. Ze bloeien van mei tot in september. De naam tormentil is afgeleid van het Latijnse woord ´tormentum´ wat kwelling betekent. De plant werd gebruikt tegen buikpijn, krampen en andere kwellingen.
Bestuiving vindt plaats door verschillende soorten maskerbijen (hier op boterbloem). Het aardbeivlindertje gebruikt o.a. tormentil als waardplant. Ook zijn er galwespen die gallen op de stengels van ganzeriken veroorzaken.

𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘕𝘦𝘥𝘦𝘳𝘭𝘢𝘯𝘥𝘴𝘦 𝘰𝘦𝘤𝘰𝘭𝘰𝘨𝘪𝘴𝘤𝘩𝘦 𝘧𝘭𝘰𝘳𝘢, 𝘍𝘭𝘰𝘳𝘢 𝘷𝘢𝘯 𝘕𝘦𝘥𝘦𝘳𝘭𝘢𝘯𝘥, 𝘸𝘢𝘢𝘳𝘯𝘦𝘮𝘪𝘯𝘨.𝘯𝘭

Plaats een reactie