Soort van dag 185: lepelaar

(4 juli 2023)

Regelmatig zien we lepelaars overvliegen en ook landen in de polder achter ons huis. Er zijn dan ook broedkolonies in de buurt, namelijk in de Nieuwkoopse Plassen en in Botshol.

In Nederland broeden ruim 3.000 paar lepelaars. In 1970 waren dat er nog maar 170. Het ging slecht met de lepelaar door watervervuiling, drooglegging van moerasgebieden, verstoring en predatie. De laatste jaren zijn ze sterk in aantal toegenomen. Twee derde van de broedkolonies bevinden zich in het Wadden- en Deltagebied. Ze broeden ook steeds vaker in het binnenland, bijvoorbeeld langs de grote rivieren. De lepelaar staat sinds 2004 niet meer op de Rode Lijst van bedreigde en kwetsbare vogelsoorten in Nederland.

Lepelaars broeden op de grond. Behalve op plekken waar roofdieren (vossen) zitten: dan maken ze hun nest in bomen en struiken. Soms broeden ze samen met andere vogels zoals aalscholvers, reigers, ganzen en meeuwen. De broedperiode is van eind maart tot eind juli, met één legsel. Ze broeden op plekken die maximaal 40 km verwijderd liggen van plekken waar ze voedsel kunnen vinden. Op de Waddeneilanden broeden ze ook op de kwelders. Deze komen zo nu en dan onder water te staan en dan gaan de nesten verloren. De vrees is dat dat vaker gaat gebeuren nu de zeespiegel stijgt.

Lepelaars zijn grote witte vogels. In het broedseizoen hebben ze een witte kuif op het achterhoofd en een gele vlek op de borst. De snavel is zwart en spatelvormig. Bij volwassen dieren zit er een gele stip op de snavel. Je zou ze eventueel kunnen verwarren met grote zilverreigers, maar die hebben een andere snavel en andere houding. Als ze vliegen, hebben zilverreigers hun hals gebogen; lepelaars vliegen met gestrekte hals.

Na het broedseizoen, in de nazomer, verzamelen de lepelaars zich  bij grote wateren waar genoeg te eten is. In september / oktober trekken ze via tussenstops in Zuidwest-Europa naar West-Afrika. Slechts enkele exemplaren blijven hier in de winter. Vanaf februari keren ze weer terug. De jongen komen pas weer terug als ze geslachtsrijp zijn (dat is na drie jaar). Tot 2000 was Nederland het noordelijkste land waar ze broeden. Inmiddels broeden ze ook in Polen, Denemarken en Groot-Brittannië.

De vogel foerageert in moerassen en sloten en op slikken en wadden. Het voedsel bestaat uit garnalen, kleine visjes en allerlei ongewervelde waterdieren. Bij het foerageren lopen ze door het water en maken ze heen en weer gaande bewegingen met hun kop. Zo schrikken ze hun prooidieren op. Die worden vervolgens met een snelle beweging uit het water gehapt.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘝𝘰𝘨𝘦𝘭𝘣𝘦𝘴𝘤𝘩𝘦𝘳𝘮𝘪𝘯𝘨, 𝘚𝘖𝘝𝘖𝘕, 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢, 𝘦𝘤𝘰𝘮𝘢𝘳𝘦.𝘯𝘭

Plaats een reactie