(23 juli 2023)
Bij de ‘soort van de dag’ ga ik uit van soorten die iedereen zou kunnen tegenkomen. Om het onderwaterleven van een sloot of plas te bekijken moet je iets meer moeite doen. Sommige organismen kun je met het blote oog zien. Zo kun je in helder water grote groepen watervlooien in de beschutting van oeverplanten zien zwemmen. Om ze écht goed te kunnen zien, heb je een binoculair of microscoop nodig. Want watervlooien zijn hooguit een halve centimeter groot.
Watervlooien heten zo omdat ze zich schokkerig (springerig) door het water bewegen. Ze bewegen ook nog eens snel en alle kanten op. Het valt dus niet mee om ze goed (scherp) op een foto te krijgen. Voor de foto’s bovenaan heb ik het water met watervlooien in een cuvet gedaan. Ik heb ze met mijn camera gefotografeerd. De foto’s onderaan heb ik met USB-microscoop en telefoon gemaakt. De gefotografeerde watervlo zat toen in een bakje met een dun laagje water.
Watervlooien zijn geen vlooien (insecten) maar kleine kreeftjes. Kieuwpootkreeften, om precies te zijn. Van de superorde van watervlooien komen in Nederland zo’n honderd soorten voor. Net zoals alle kreeftachtigen hebben watervlooien een uitwendig skelet, bestaande uit twee schalen. Bij watervlooien zijn die transparant. Je kunt dus alles binnen hun lijfje zien zoals darmkanaal, hart en bij vrouwtjes de eitjes.
Het meest opvallende kenmerk zijn de twee grote antennes die voor het voortbewegen worden gebruikt. Ze hebben nog een paar antennes met zintuigen maar die zijn moeilijk te zien. Verder valt hun oog op. Ze hebben vijf paar poten, zogenaamde zeefpoten. Met die poten pompen ze water onder hun pantser. De borstels op hun poten filteren het eetbare, zwevende materiaal eruit.
De meeste watervlooien zijn vrouwtjes. Die planten zich een groot deel van het jaar ongeslachtelijk voort: ze broeden onbevruchte eitjes in hun lichaam uit en klonen zo zichzelf. Hoe hoger de temperatuur, hoe sneller de ontwikkeling gaat. Bij zomerse temperaturen kan een watervlo zich al binnen een week ontwikkelen van ei tot volwassen dier. Hier vind je een filmpje van de ‘geboorte’ van watervlooien. Ook kun je erop zien hoe ze hun antennes gebruiken om zich voort te bewegen.
Onder ongunstige omstandigheden (verdroging, voedseltekort, kou) ontstaan er ook mannetjes. Het vrouwtje produceert dan (grotere) eitjes die bevrucht moeten worden. De bevruchte eitjes komen uit als de omstandigheden weer gunstig zijn, dus bijvoorbeeld na de winter. Wel buiten het lichaam van de moeders, want die leven dan al lang niet meer.
De meeste soorten leven in zoet water. In te snel stromend water zul je ze niet vinden. Ze worden door allerlei waterdieren gegeten: vissen, amfibieën, waterkevers en larven van libellen, waterjuffers en muggen. Zelf eten ze bacteriën, algen en zwevend organisch materiaal. Doordat ze algen eten, houden ze het water helder en dat komt weer veel andere organismen ten goede.
Watervlooien worden als indicator van het zuurstofgehalte van water gebruikt. Kleurloze watervlooien wijzen op een normale hoeveelheid zuurstof in het water. Als watervlooien rood kleuren, is het water zuurstofarm(er). Ze maken dan namelijk extra hemoglobine aan. In laboratoria worden ze gebruikt voor onderzoeken naar waterkwaliteit.
Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.
𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘦𝘥𝘦𝘱𝘰𝘵.𝘸𝘶𝘳.𝘯𝘭/386725, 𝘻𝘰𝘰𝘱𝘭𝘢𝘯𝘬𝘵𝘰𝘯.𝘯𝘭, 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢
