(28 juli 2023)
Naast insecten die onder water leven, heb je ook insecten die óp het water leven. Bij de duikerwantsen werden de oppervlaktewantsen al genoemd: schaatsenrijders, vijverlopers en beeklopers. Daarnaast zijn er ook kevers die op het water lopen: de waterschrijvertjes, ook wel draaitorretjes genoemd. Eigenlijk lopen deze kevertjes niet, maar zwemmen ze terwijl ze half in het water hangen. Je ziet ze altijd in groepjes over het water krinkelen (foto rechtsonder).
Schaatsenrijders hebben een lang lichaam. Hun midden- en achterpoten zijn lang, de voorpoten zijn kort en tangvormig. Met de vier lange poten ‘schaatsen’ ze over het wateroppervlak, d.w.z. ze bewegen zich vrij schokkerig voort. Ze maken roeibewegingen met hun middenpoten en zetten zich daarbij tegen het wateroppervlak af. Hun achterpoten gebruiken ze als roer. Schaatsenrijders kunnen ook vliegen en over het land kruipen.
Zo op het eerste gezicht lijkt het net alsof schaatsenrijders maar vier poten hebben. Daarmee onderscheiden ze zich van de vijver- en beeklopers die duidelijk met drie paar poten over het wateroppervlak lopen. Ook steken ze hoger boven het water uit. Het lichaam van een vijverloper is langgerekter dan dat van een beekloper. Vijverlopers vind je op stilstaand water, beeklopers op stromend water.
Oppervlaktewantsen kunnen alleen leven op schoon water. Zodra de oppervlaktespanning van het water lager is door bijvoorbeeld wasmiddelen, olie of chemicaliën in het water, zakken ze door het wateroppervlak en kunnen ze verdrinken. Op de foto rechtsboven zie je de schaduw van de kuiltjes die hun poten in een wateroppervlak maken.
Er komen in Nederland negen soorten schaatsenrijders voor. De grootste is de grote schaatsenrijder met een lengte van 1,5 cm. Zoals alle wantsen hebben ze een onvolledige gedaanteverwisseling. De eitjes worden afgezet op waterplanten en daar komen mini-schaatsenrijders uit. Ze zijn kleiner en vleugelloos en het achterlijf is veel korter dan dat van een volwassen schaatsenrijder.
Schaatsenrijders eten insecten. Het kan gaan om insecten die aan het oppervlak adem komen halen of die in het water gevallen zijn. Ze voelen de trillingen op het wateroppervlak. Ze pakken de prooien met hun voorpoten. Met hun zuigsnuit worden ze leeggezogen. Een grote prooi kan door meerdere schaatsenrijders gezamenlijk verorberd worden. Schaatsenrijders zelf kunnen als ze niet uitkijken ten prooi vallen aan vissen.
Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.
𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘣𝘰𝘦𝘬𝘫𝘦 ‘𝘞𝘢𝘵𝘦𝘳𝘥𝘪𝘦𝘳𝘵𝘫𝘦𝘴 𝘷𝘢𝘯 𝘴𝘭𝘰𝘰𝘵 𝘦𝘯 𝘱𝘭𝘢𝘴’, 𝘮𝘪𝘤𝘳𝘰𝘤𝘰𝘴𝘮𝘰𝘴.𝘯𝘭, 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢
