Soort van dag 210: grote lisdodde

(29 juli 2023)

De afgelopen dagen kwamen verschillende organismen aan de orde die in of op een poldersloot leven. Vandaag verlaten we de sloot en banen we ons een weg door de lisdodden, ook wel (riet)sigaren genoemd.

Lisdodden horen samen met de egelskoppen tot de lisdoddefamilie. Van het geslacht lisdodde komen in Nederland twee soorten voor: de grote en de kleine lisdodde. Beide worden zo’n twee meter hoog. Daarnaast wordt er in ons land nog een verwilderde soort uit Zuid-Europa aangetroffen, de kleinste lisdodde. Ook bestaan er kruisingen van de grote en kleine lisdodde.

De planten zijn nu aan het einde van hun bloeitijd (juni-juli). De bloemen staan in aren (kolven), met onderaan de aar met vrouwelijke bloemen en bovenaan de aar met mannelijke bloemen die alleen uit meeldraden bestaan. De vele bloemen staan erg dicht op elkaar. Na de bloei vallen de meeldraden snel af. De rijpe vrouwelijke aren zijn donkerbruin. Bij droog weer in herfst, winter en voorjaar komt het vruchtpluis vrij en wordt het vele zaad door de wind verspreid.
Voor het onderscheid tussen grote en kleine lisdodde kun je naar de bloeiaren kijken. Die van de kleine lisdodde (foto linksonder) zijn smaller en lichter van kleur dan die van de grote. Tussen de mannelijke en vrouwelijke aar zit bij de kleine lisdodde een ruimte van 2 cm. Bij de grote lisdodde zitten ze op elkaar. Verder zijn de bladeren van kleine lisdodde smaller.
Kleine lisdodden komen voor in (matig) voedselrijk water. Kleine lisdodde verdraagt golfslag beter dan grote lisdodde. De grote lisdodde komt algemeen voor aan waterkanten van zeer voedselrijke wateren. Ook vind je ze aan de kant van minder voedselrijk water op plaatsen waar veel organisch materiaal aanspoelt. Het is een echte pioniersoort die zich via zijn wortelstokken flink kan uitbreiden.

Op afgestorven halmen van lisdodden kan de lisdoddefranjehoed voorkomen (foto rechtsonder). Verschillende nachtvlinders gebruiken lisdodden als waardplant. Ook zijn er kevers en een vliegensoort waarvan de larve in of op lisdodde voorkomen. De ridderwants ontwikkelt zich in de bloeiwijzen. Verder zijn dode stengels goede schuilplekken voor allerlei soorten insecten. Het pluis van de lisdodden is nestmateriaal voor bijvoorbeeld buidelmezen.

Lisdodden zijn ook echte gebruiksplanten. Er lopen momenteel verschillende proeven met de teelt van grote lisdodde, o.a. op een boerderij in Friesland. Voor de teelt is een hoog waterpeil nodig. Dat biedt een oplossing voor een groot probleem van veenweidegebieden: bij een laag waterpeil verteert het veen. Hierdoor wordt er CO2 uitgestoten en daalt de bodem. De geoogste lisdodden kunnen gebruikt worden als veevoer, bouw- en isolatiemateriaal en als duurzaam alternatief voor potgrond (waarvoor hoogveen wordt afgegraven, m.n. in de Baltische staten). Lisdodden kunnen bovendien water reinigen en voedingsstoffen opnemen. Zo kan agrarische, zwaar bemeste grond geschikt gemaakt worden voor natuurontwikkeling. Ook in de gemeente waar ik woon (De Ronde Venen), is een proef gedaan. Deze is voortijdig gestopt omdat bleek dat ganzen verzot zijn op de jonge scheuten. Zie hier voor meer informatie over lisdoddeteelt.

Met lisdodden kun je nog meer doen. Mensen kunnen ze ook eten: wortels, jonge scheuten en zaden. Met het pluis werden vroeger kussens gevuld. De pluizen kun je ook als tondel gebruiken bij het maken van een vuurtje. Verder werden de planten ook als dakbedekking gebruikt, net zoals riet.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘕𝘢𝘵𝘶𝘳𝘦 𝘛𝘰𝘥𝘢𝘺, 𝘚𝘵𝘢𝘢𝘵𝘴𝘣𝘰𝘴𝘣𝘦𝘩𝘦𝘦𝘳, 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢, 𝘕𝘦𝘥𝘦𝘳𝘭𝘢𝘯𝘥𝘴𝘦 𝘖𝘦𝘤𝘰𝘭𝘰𝘨𝘪𝘴𝘤𝘩𝘦 𝘍𝘭𝘰𝘳𝘢, 𝘷𝘦𝘦𝘯𝘸𝘦𝘪𝘥𝘦𝘯.𝘯𝘭

Plaats een reactie