(6 augustus 2023)
Altijd als we naar Zeeland gaan, kijken we of de zeehonden ‘thuis’ zijn. Het gaat hierbij om de grijze zeehonden die zich ophouden bij de spuisluis in de Brouwersdam. Ook nu waren ze er weer, dus mooi even de tijd genomen voor een fotoshoot. Grijze zeehonden zijn nieuwsgierig en niet bang voor mensen. Soms zwemmen ze een stukje mee als we over het strand lopen. Twee jaar terug zagen we een jong dier op het strand, zich niets aantrekkend van de voorbijlopende mensen. De zeehondenopvang uit Stellendam was aanwezig, maar hoefde niets te doen. Het was een gezond dier en hij zou uit zichzelf weer naar zee terugkeren.
De grijze zeehond is het grootste roofdier van de Noordzee en van ons land. Mannetjes worden tot drie meter lang en kunnen zo’n driehonderd kilo wegen.
Zeehonden zijn vinpotigen en geen honden; ze hebben wel dezelfde marterachtige als voorouder. De meest voorkomende vinpotige in ons land is de gewone zeehond (8.000 in de Waddenzee, ruim 1.500 in het Deltagebied). Van de grijze zeehond komen in de Waddenzee 7.000 exemplaren voor en 1.500 in het Deltagebied. Daarnaast wordt incidenteel ook wel een klapmuts, baardrob, zadelrob of ringelrob waargenomen.
Grijze zeehonden zijn van andere zeehonden te onderscheiden door o.a. hun kegelvormige snuit (snuit en voorhoofd liggen in één lijn). Daarom worden ze ook wel kegelrob genoemd. De grijze zeehond is grijs met vlekken en heeft donkere ogen en parallel lopende neusgaten (bij de gewone zeehond staan die in een V-vorm). Hij heeft inwendige oren die te zien zijn als kleine gaatjes aan de zijkanten van de kop. Als een dier onder water gaat, sluit hij zijn neus. Dankzij een dikke speklaag is de grijze zeehond goed beschermd tegen koud zeewater.
In ons land werpen grijze zeehonden hun jongen in november of december. Dat doen ze op hoge zandplaten en onbewoonde eilandjes die hooguit met springvloed onder water staan. In de Waddenzee gaat het om Richel, Griend en Noorderhaaks, in het zuidwesten om de Voordelta. In Nederland zijn de ligplaatsen niet ideaal en bij storm kunnen ligplaatsen van jongen overspoelen waarbij de jongen verdrinken.
Een vrouwtje werpt één jong per keer. De jongen hebben een dikke witte vacht waarmee ze goed beschermd zijn tegen de kou maar waarmee ze niet het water in kunnen. De totale zoogtijd duurt 16 tot 21 dagen. Daarna verlaat de moeder het jong en start voor haar de paartijd. Het jong moet eerst verharen voor het het water in kan en zelf op zoek kan naar voedsel. Dat is het geval als het een maand oud is.
Grijze zeehonden eten voornamelijk vis en schaal- en weekdieren. Ook eten ze soms inktvis, vogels, bruinvissen en andere zeehonden. Een grijze zeehond eet per dag ruim 5 kilo. Het dier kan tijdens het jagen tochten maken van honderden kilometers en steekt met gemak de Noordzee over. Ze kunnen diep duiken: minimaal 25 meter. Ze kunnen wel een half uur onder water blijven.
Grijze zeehonden zijn niet geliefd bij vissers. De vissoorten die ze eten, zijn ook deel commercieel interessant. Verder brengen ze schade aan aan visnetten. De dieren zijn beschermd en mogen niet bejaagd worden. In het verleden was dat wel anders. In de middeleeuwen roeide de mens de grijze zeehond in de Waddenzee uit. Rond 1950 werden er weer grijze zeehonden in Nederland gezien en sinds de jaren ’90 worden er weer jongen in onze kustwateren geboren.
Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.
𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢, 𝘻𝘰𝘰𝘨𝘥𝘪𝘦𝘳𝘷𝘦𝘳𝘦𝘯𝘪𝘨𝘪𝘯𝘨.𝘯𝘭, 𝘦𝘤𝘰𝘮𝘢𝘳𝘦.𝘯𝘭

Eén gedachte over “Soort van dag 218: grijze zeehond”