Soort van dag 222: struikhei

(10 augustus 2023)

Op de grote, stille heide… Uitgestrekt was het zeker, maar we waren gisteren niet de enigen op de Westerheide bij Laren. Het was niet alleen een prachtige dag voor een wandeling, ook de paars kleurende hei trekt natuurlijk extra bezoekers.

Heide of hei is de naam voor een vegetatietype dat vooral uit struikhei of andere soorten van de heifamilie bestaat. Het komt van nature voor in ontkalkte duinen, gebergtes boven de boomgrens en aan de randen van hoogvenen. De heidevelden in het binnenland zijn een cultuurlandschap, net zoals weilanden en akkers dat zijn. Ze zijn vooral in de middeleeuwen ontstaan door overbeweiding, afplaggen en kappen van bomen. De bodem werd voedselarm en verzuurde. In het ergste geval verdween ook de heide en ontstonden er zandverstuivingen. Aan het einde van de 19e eeuw zijn veel heidevelden verdwenen. Ze werden deels beplant met bomen, o.a. voor de mijnbouw. Na de uitvinding van de kunstmest werd ook een deel van deze zogenaamde woeste gronden in cultuur gebracht tot graslanden en akkers.
Een van de gevolgen van stikstofdepositie is dat heidevelden vergrassen. Heidesoorten leven samen met schimmels die het mogelijk maken dat de planten op arme grond stikstof op kunnen nemen. Daarmee zijn ze in het voordeel ten opzichte van grassen die die samenwerking niet hebben. Maar als de stikstof uit de lucht valt, zullen grassen de overhand krijgen. Ook verdwijnen heidevelden door opslag van jonge bomen. Willen we de restanten heide en de daarbij behorende natuurwaarden in stand houden, dan betekent dat: begrazen, afplaggen, afbranden, verwijderen van boomopslag, maaien enzovoort. De laatste jaren heeft de heide ook te lijden onder verdroging.

In Nederland komen verschillende planten uit de heifamilie voor zoals gewone dophei, kraaihei en struikhei. Ook de bosbes hoort tot deze familie. Het zijn grotendeels houtachtige planten.
Struikhei is groenblijvend en kan een warrige struik van een meter hoog worden. De blaadjes zijn klein en lijken op schubjes. De struikjes bloeien van eind juli tot begin september met heel veel paarse (en soms roze of witte) bloemetjes. Een heideveld ziet er helemaal paars van.
Insecten kunnen de nectar in de bloemen makkelijk bereiken. Naast honingbijen (foto rechts) en hommels (foto links) komen ook wilde bijen, wespen en vliegen op de nectar af. Enkele wilde bijensoorten zijn voor hun stuifmeelbehoefte geheel afhankelijk van struikhei. Te veel honingbijkasten naast een heideveld heeft een negatief effect op het voorkomen van deze bijensoorten.
Er is één vlinder die uitsluitend de struikhei als waardplant heeft: de gewone heispanner. Andere vlinders zoals groentje en heideblauwtje gebruiken ook andere planten als waardplant. Verder dient de plant als voedselplant van het heidehaantje. Konijnen en reeën grazen op hei. De grootste ecologische waarde zit vooral in de biotoop ‘droge heide’ waar plaats is voor allerlei soorten (zeldzame) planten, dieren en korstmossen.

Heidevelden zijn dus ontstaan door menselijk gebruik. Vee en schapen graasden erop. Heideplaggen werden in de schapenstallen gelegd en vermengd met mest gebruikt om akkers te bemesten. Ook werden ze gebruikt als bouwmateriaal (plaggenhut). Verder werd de plant gebruikt om manden en bezems van te maken, matrassen mee te vullen en als brandstof. En tenslotte levert de bloeiende hei honing op.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘕𝘦𝘥𝘦𝘳𝘭𝘢𝘯𝘥𝘴𝘦 𝘰𝘦𝘤𝘰𝘭𝘰𝘨𝘪𝘴𝘤𝘩𝘦 𝘧𝘭𝘰𝘳𝘢, 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢, 𝘨𝘯𝘳.𝘯𝘭, 𝘕𝘢𝘵𝘶𝘳𝘦 𝘛𝘰𝘥𝘢𝘺

3 gedachten over “Soort van dag 222: struikhei”

Plaats een reactie