Soort van dag 229: veldsprinkhanen

(17 augustus 2023)

Vorige week besteedde ik aandacht aan de sabelsprinkhanen. Ik legde toen uit dat je de groep ‘sprinkhanen en krekels’ kunt verdelen in langsprietigen en kortsprietigen. Tot de langsprietigen horen de sabelsprinkhanen en krekels. Doornsprinkhanen en veldsprinkhanen zijn sprinkhanen met korte sprieten. Zij worden ook wel de echte sprinkhanen genoemd.
Van de doornsprinkhanen komen in ons land vijf soorten voor. Bij deze sprinkhanen zijn het niet de stevige voorvleugels die de achtervleugels beschermen, maar het halsschild. Dat is over de vleugels heen uitgegroeid en heeft een doornachtige vorm; vandaar de naam. Deze ‘doorntjes’ maken geen geluid.
Van de veldsprinkhanen komen volgens het soortenregister in Nederland 21 gevestigde soorten voor. Het zijn de sprinkhanen die je ziet wegspringen als je door het gras over de heide loopt en waarvan je de mannetjes overdag hoort tsjirpen. Sommige hebben bijzondere Nederlandse namen, vaak gebaseerd op het geluid dat ze voortbrengen (krasser, wekkertje, locomotiefje, ratelaar, zoemertje). Veldsprinkhanen kun je het beste aan hun geluid herkennen. Met wat moeite lukt dat ook op uiterlijk. Zie ook de zoekkaart sprinkhanen en krekels.

Mannetjes veldsprinkhaan maken overdag geluid door met hun achterpoten langs hun voorvleugels te wrijven. Die gaan trillen en zo wordt het geluid voortgebracht. Hiermee lokken ze de vrouwtjes. (Krekels en sabelsprinkhanen maken geluid door hun vleugels langs elkaar te strijken en ze doen dat als het donker is.)
Vrouwtjes veldsprinkhaan hebben net zoals de sabelsprinkhanen een legbuis, maar deze zijn minder zichtbaar. Met de legbuis boren ze in de nazomer een aantal gaten in de grond en daarin zetten ze hun eitjes af. Die worden bedekt met een schuimlaag. Afhankelijk van de soort komen ze na 10 à 20 dagen uit of in de volgende lente.
Veldsprinkhanen eten grassen; sommige soorten hebben ook andere planten op het menu staan. Zelf worden ze door een heel scala aan dieren gegeten: parasitaire wespen en vliegen, keverlarven, vogels, egels, spitsmuizen en reptielen. Ook mensen eten veldsprinkhanen. Bij ons gaat het hierbij om de Europese treksprinkhaan die daarvoor speciaal wordt gekweekt. Treksprinkhanen zijn berucht vanwege de schade die ze, al trekkend in grote zwermen, kunnen aanrichten. In ons land is de Europese treksprinkhaan in het wild uitgestorven, op een dwaalgast of ontsnapt exemplaar na.

In de collage zie je van links naar rechts: krasser, bruine sprinkhanen (maar het kunnen ook ratelaars of snortikkers zijn) en kustsprinkhaan.
De krasser is een algemeen voorkomende soort. Ze zijn meestal groen en hebben verkorte vleugels (goed te zien op de foto). Ze komen vooral in het zuiden en oosten van ons land voor, m.n. in wegbermen, heidevelden en graslanden.
De bruine sprinkhaan, ratelaar en snortikker lijken erg op elkaar en de mannetjes zijn vooral op geluid uit elkaar te houden. De bruine sprinkhaan is één van de talrijkste en komt door heel Nederland voor, de snortikker vind je vooral op droge heide- en grasvelden. De ratelaar wordt minder vaak in het noordwesten van ons land aangetroffen.
De kustsprinkhaan komt vooral op voedselrijkere graslanden in Laag-Nederland voor. Het is een groene of bruine sprinkhaan met vrijwel rechte zijkielen op het halsschild en lange vleugels.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘏𝘦𝘵 𝘨𝘦𝘭𝘦𝘦𝘥𝘱𝘰𝘵𝘪𝘨𝘦𝘯𝘣𝘰𝘦𝘬, 𝘴𝘰𝘰𝘳𝘵𝘦𝘯𝘳𝘦𝘨𝘪𝘴𝘵𝘦𝘳.𝘯𝘭, 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢, 𝘦𝘪𝘴-𝘯𝘦𝘥𝘦𝘳𝘭𝘢𝘯𝘥.𝘯𝘭

Plaats een reactie