(18 augustus 2023)
Klokjes hebben kenmerkende, prachtige bloemen. In onze tuin hebben we daarom, naast het kruipklokje (oorspronkelijk uit Kroatië), drie inheemse soorten staan: grasklokje, ruig klokje en prachtklokje. De laatste twee komen voor in Zuid-Limburg, maar zijn verder in ons land (zeer) zeldzaam. Daarentegen komen ze beide op allerlei plekken verwilderd voor, o.a. in stedelijk gebied. Want het zijn prachtige tuinplanten die ook nog eens makkelijk uitzaaien, is mijn ervaring. Vooral het ruig klokje duikt overal in onze tuin op. Het grasklokje is een wat bescheidenere soort en groeit van nature op meer plekken in ons land. Zo zag ik ze vorige week op de Westerheide bij Laren, maar ik ken ze ook uit Zeeland en van wegbermen in het oosten en zuiden van het land.
Voor mijn dertiende of veertiende verjaardag kreeg ik het boekje ‘Beschermde planten en dieren’. Dat boekje heb ik vaak ingekeken en ook meegenomen op vakanties naar Zuid-Limburg. Er staan 53 planten in die op 6 augustus 1973 beschermd werden verklaard, waaronder alle orchideeën en alle klokjes die in Nederland voorkomen. Het criterium was niet alleen dat de planten zeldzaam of bedreigd waren, maar ook of ze ‘noodden tot plukken’ (of uitgraven). Zeldzame soorten met onopvallende bloemen waren niet in de lijst opgenomen.
Sinds 1 januari 2017 geldt de Wet Natuurbescherming. Veel van de eerder beschermde soorten zijn dat niet meer; er zijn wel nieuwe bijgekomen. Op Wikipedia vind je de lijst met wettelijk beschermde plantensoorten. Daaruit blijkt dat de drie genoemde klokjes nu niet meer bij wet beschermd zijn. Blijkbaar geldt het criterium ‘plant noodt uit tot plukken’ niet meer. Van de klokjes (geslacht Campanula) is alleen het kluwenklokje nog beschermd.
Het grasklokje is een vrij lage plant. Het heeft een bladrozet met kleine, ronde bladeren. De daaruit opstijgende dunne stengels hebben lijnvormige blaadjes (vandaar: grasklokje). De klokjes zijn zachtblauw (zelden wit), knikkend en ongeveer 1,5 cm lang en in doorsnede. De plant bloeit van mei tot in de herfst. Je vindt hem op droge, min of meer voedselrijke en grazige gronden. Ook vind je ze op muren.
Klokjes worden vooral door bijen bezocht waaronder een aantal specialisten. Ook in onze tuin (dat buiten het gebied valt waarin klokjes van nature voorkomen) heb ik de grote klokjesbij gezien. Op de foto linksonder zie je een mannetje (gekromd achterlijf) op prachtklokje. De mannetjes slapen vaak in de klokjes door zich met hun kaken vast te klemmen. Ze blijven daar om te wachten op de vrouwtjes die later uitvliegen. Klokjesbijen zijn actief van begin mei tot eind augustus. Ze zijn ook te vinden op kaasjeskruid. Andere specialisten zijn bijvoorbeeld de gewone klokjeszandbij en de klokjesdikpoot. Op de foto onderaan in het midden zie je een tweekleurige zandbij op een klokje. Verder is er een snuitkever gespecialiseerd op klokjes. Ook zijn er vlinders zoals een aantal dwergspanners die klokjes (mede) als waardplant hebben. Een voorbeeld daarvan is de zwartvlekdwergspanner (foto rechtsonder).
Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.
𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘕𝘦𝘥𝘦𝘳𝘭𝘢𝘯𝘥𝘴𝘦 𝘰𝘦𝘤𝘰𝘭𝘰𝘨𝘪𝘴𝘤𝘩𝘦 𝘧𝘭𝘰𝘳𝘢, 𝘣𝘦𝘴𝘵𝘶𝘪𝘷𝘦𝘳𝘴.𝘯𝘭, 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢
