Soort van dag 231: parelamaniet

(19 augustus 2023)

Het hele jaar door zijn er wel paddenstoelen te zien, maar de komende tijd zullen het er veel meer worden. Paddenstoelen zijn de vruchtlichamen van schimmels die zich in de grond, op mest, op mos of in dood of levend plantaardig materiaal zoals hout bevinden. Het netwerk van schimmeldraden (zwamvlok of mycelium) samen met de bijbehorende paddenstoelen heet een zwam.
Een soort die je nu kunt zien, is de parelamaniet. Ik zag deze vorige week in de bossen bij Hilversum. Afhankelijk van het weer (na een natte periode) kunnen de vruchtlichamen van de parelamaniet al vanaf juni aangetroffen worden, tot in de herfst.

Schimmels vormen een intrigerende groep van organismen. Sommige schimmels leven samen met planten (de symbionten). Andere zijn parasieten. Een groot deel zijn zogenaamde saprofyten: zij zijn de opruimers van de natuur. In ons land komen meer dan 10.000 soorten schimmels voor die overigens lang niet allemaal paddenstoelen vormen. Sommige paddenstoelen zijn makkelijk te herkennen, andere zijn zelfs voor deskundigen moeilijk op naam te brengen. Geur, smaak, gevoel, uiterlijk, standplaats: allemaal veldkenmerken die een aanwijzing kunnen geven over met welke paddenstoel je te maken hebt. Daarnaast kun je sporen onder de microscoop bekijken of naar reacties met bepaalde chemische stoffen kijken. ObsIdentify (dus alleen op zicht) is niet altijd betrouwbaar wat betreft het op naam brengen van paddenstoelen. (Maar je kunt uiteraard ook gewoon genieten van de veelkleurigheid en veelvormigheid. En o ja: paddenstoelen aanraken kan gerust, ook giftige.)

Plaatjeszwammen zijn paddenstoelen die het meest overeen komen met het beeld dat veel mensen van paddenstoelen hebben. Ze hebben een hoed met daaronder zogenaamde plaatjes (lamellen). Tussen de plaatjes (lamellen) worden de sporen gevormd. In Nederland komen volgens het soortenregister meer dan 2.200 soorten plaatjeszwammen voor.
Een geslacht binnen de plaatjeszwammen zijn de amanieten. Hiervan komen in Nederland 25 soorten voor, waaronder de welbekende vliegenzwam en de dodelijk giftige groene knolamaniet. De parelamaniet is gekookt niet giftig maar kan verward worden met de wel giftige panteramaniet.
Amanieten hebben onderaan de steel een knol omgeven door een schede of beurs. Net onder de hoed zit bij de meeste een manchet (ring). Op de hoed zie je meestal de restanten van het omhulsel wat de paddenstoel heeft omgeven voordat die uit de grond kwam (de ‘stippen’). Bij amanieten zitten de plaatjes los van de steel; de plaatjes zijn altijd wit.

De hoed van de parelamaniet is bruin (donkerbruin of vleeskleurig bruin) met lichtgrijze of bruinrode plakvormige stippen die er makkelijk afspoelen. De jonge hoed is bolrond en wordt later gewelfd tot vlak. Bij beschadiging wordt het weefsel rozerood (de paddenstoel ‘bloost’). Hiermee onderscheidt de soort zich van de panteramaniet en de grauwe amaniet: het beschadigde weefsel hiervan verkleurt niet.
De schimmeldraden van de parelamaniet leven in symbiose met boomwortels, namelijk van eik, beuk, spar, den en lariks. De schimmel helpt de boom aan voedingsstoffen en krijgt daar suikers (koolhydraten) voor terug.

(Voor mensen die meer willen weten over paddenstoelen: op 1 september start een digitale basiscursus waarbij je ook huiswerkopdrachten krijgt. Zie hier voor meer informatie . Ik heb me er in elk geval voor aangemeld want over paddenstoelen kan ik nog veel leren.)

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢, 𝘢𝘭𝘭𝘦𝘴𝘰𝘷𝘦𝘳𝘱𝘢𝘥𝘥𝘦𝘯𝘴𝘵𝘰𝘦𝘭𝘦𝘯.𝘯𝘭, 𝘕𝘢𝘵𝘶𝘳𝘦 𝘛𝘰𝘥𝘢𝘺

2 gedachten over “Soort van dag 231: parelamaniet”

Plaats een reactie