(23 augustus 2023)
Op vochtige en natte plakken die niet te voedselarm zijn, kun je de grote kattenstaart aantreffen. In onze tuin staan ze op allerlei plekken, zelfs in een droge border en tussen de tegels. De aren met paarsrode bloemen zijn erg opvallend, vooral ook omdat de plant meer dan een meter hoog kan worden. Als de bloemen nog in knop zitten, voelen de aren zacht aan: als ‘kattenstaarten’. Op de foto rechtsboven zie je kattenstaarten samen met gewone wederik.
De stengels van grote kattenstaart zijn kantig. De lancetvormige blaadjes zijn tegenoverstaand of staan in kransen van drie. In de oksels van de bovenste blaadjes staan de paarsrode bloemen in schijnkransen. De bloemen zijn vijf- of zestallig. De kroonblaadjes zien er een beetje kreukelig uit.
Wij vinden bloemen mooi, maar ze zijn er natuurlijk in eerste instantie voor de voortplanting. In bloemen vind je daarvoor meeldraden (met helmknoppen die stuifmeel bevatten) en stampers die bestaan uit stempel, stijl en vruchtbeginsel. De bedoeling is dat er stuifmeel op de stempel komt (door wind of bestuivers). Dat stuifmeel kan natuurlijk van de eigen bloemen komen, maar veel planten willen zelfbestuiving voorkomen. En dat gebeurt op verschillende manieren. Een is al besproken bij parnassia. Ook tweehuizigheid (dus aparte mannelijke en vrouwelijke planten) gaat zelfbestuiving tegen. Grote kattenstaart heeft een eigen, unieke methode.
Van grote kattenstaart bestaan namelijk drie vormen die bij elkaar in de buurt staan. Bij de ene vorm hebben alle bloemen een korte stijl en middellange en lange meeldraden. Bij de tweede vorm hebben de bloemen een middellange stijl en korte en lange meeldraden. En tenslotte is er een vorm waarbij de bloemen een lange stijl en korte en middellange meeldraden hebben. Het stuifmeel van de lange meeldraden is blauwgroen. Het stuifmeel van korte en middellange meeldraden is geel. Op de foto linksboven zie je bloemen met lange stijlen en valt het gele stuifmeel op. Rechtsonder is de stijl middellang en zie je de lange meeldraden uitsteken.
Hoe werkt dit? Stel, een hommel landt op een bloem met korte meeldraden. Bij het verzamelen van nectar (onderin de bloem) krijgt zij stuifmeel op haar kop. Als zij vervolgens naar een bloem gaat met een korte stijl, wordt daar het stuifmeel op de stempel afgezet. Deze bloem heeft middellange en lange meeldraden. Het stuifmeel daarvan komt op de buik van de hommel terecht en kan vervolgens in een bloem met middellange of lange stijlen op de stempel afgezet worden.
Kattenstaartbloemen worden door allerlei bestuivers bezocht: wilde bijen, zweefvliegen en dagvlinders. Een bij die gespecialiseerd is op grote kattenstaart, is de kattenstaartdikpoot. De grootte van deze bij is helemaal afgestemd op de bloem. Hoewel grote kattenstaart algemeen voorkomt, is deze dikpootbij zeldzaam. Om één broedcel (onder de grond) van voldoende stuifmeel te voorzien heeft ze stuifmeel van 245 bloemen nodig. Dus een maai- en slootkantbeheer waarbij bloeiende planten gespaard worden, is erg belangrijk voor deze bij.
Op de collage zijn rechts een klein geaderd witje en de gewone pendelvlieg op grote kattenstaart te zien. Links zie je ook nog een korsetzweefvlieg verstopt zitten.
Van de kattenstaartfamilie komen in ons land verder waterpostelein en de zeldzame kleine kattenstaart voor. Kruipende kattenstaart is een Zuid-Europese soort die aan het inburgeren is. Tot de kattenstaartfamilie horen ook de granaatappel en de hennastruik (bekend van de kleurstof henna).
Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.
𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘕𝘦𝘥𝘦𝘳𝘭𝘢𝘯𝘥𝘴𝘦 𝘰𝘦𝘤𝘰𝘭𝘰𝘨𝘪𝘴𝘤𝘩𝘦 𝘧𝘭𝘰𝘳𝘢, 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢, 𝘣𝘦𝘴𝘵𝘶𝘪𝘷𝘦𝘳𝘴.𝘯𝘭

Eén gedachte over “Soort van dag 235: grote kattenstaart”