Soort van dag 243: eekhoorn

(31 augustus 2023)

Momenteel ga ik elke werkdag naar het VUmc in Amsterdam en dan passeren we bij de Van der Boechorststraat een zogenaamde eekhoornbrug: een touwbrug tussen de boomkruinen aan weerszijden van de straat. Elke keer kijk ik, maar ik heb nog niet gezien dat een eekhoorn er gebruik van maakt. Eekhoorns zijn hier wel: ik heb ze gezien in De Braak (park in Amstelveen) en in het Amsterdamse Bos. Met de eekhoornbruggen kunnen ze zich veilig verplaatsen tussen het Amsterdamse Bos en het Amstelpark. De eekhoorns in Amsterdam en omgeving stammen af van exemplaren die in de jaren ’50 zijn uitgezet.
Eekhoorns komen vooral voor op de zandgronden in het oosten en zuiden van ons land. Ook zijn ze te vinden in de Hollandse duinen. Omdat ze overdag actief zijn, is de kans dat je er een ziet best groot. Zeker op plekken waar eekhoorns mensen gewend zijn, zoals parken en waar bossen aan woonwijken grenzen. In september en oktober is de kans op een waarneming het grootst omdat ze dan hun voedselvoorraden aanleggen. En zie je geen eekhoorns, dan vind je wellicht hun sporen zoals afgekloven sparrenappels.

De eekhoorn wordt ook wel gewone of rode eekhoorn genoemd. Er kunnen in ons land ook andere soorten eekhoorns waargenomen worden. Dan gaat het om ontsnapte of losgelaten uitheemse eekhoorns. In het Verenigd Koninkrijk is de populatie grijze eekhoorns zo groot geworden, dat die inmiddels de inheemse verdringt. Op de Unielijst invasieve exoten staan dan ook vijf eekhoornsoorten (zie meer over deze lijst bij dag 167).

Onze eekhoorn is een echte boombewoner. Hij springt van boom naar boom, klimt als de beste en rent tussen de takken door. Ook op de grond kan hij zich goed uit de voeten maken en hij kan zelfs zwemmen. De kleur van zijn vacht varieert van oranjerood tot donkerbruin. In de winter is de vacht wat grijzer van kleur. De buik is wit. Opvallend zijn de grote pluimstaart, de gepluimde oren, de grote ogen en de lange tenen met lange, scherpe nagels.
Eekhoorns leven het grootste deel van de tijd alleen. Hun bolvormige nest maken ze in boomholtes of vlak bij de stam tussen de takken op minimaal zes meter hoogte. De buitenkant is van twijgen (met bladeren), de binnenkant is bekleed met bast, mos, wol en gras.
De voortplantingsperiode is van december tot februari en van mei tot juni. Als er onvoldoende voedsel is, slaat het vrouwtje de eerste periode over. Ze maakt een speciaal kraamnest (steviger en dikker bekleed dan het slaapnest). Als de jongen tien tot zestien weken oud zijn, zijn ze onafhankelijk van hun moeder en worden ze uit haar territorium verjaagd.

Eekhoorns eten vooral plantaardig voedsel zoals hazelnoten, beukennootjes, eikels en zaden van sparren. Ook eten ze knoppen, bladeren, bessen, paddenstoelen en boomschors. Soms eten ze insecten (rupsen), eieren en jonge vogels. Net als veel andere knaagdieren leggen eekhoorns wintervoorraden aan. Een wintervoorraad bestaat bijvoorbeeld uit een tot vijf tamme kastanjes bij elkaar in een ondiep putje in de grond of in een boomholte. Eekhoorns houden geen winterslaap, maar wel winterrust. Als het koud is, gaat een eekhoorn ’s morgens op pad om van zijn wintervoorraden te eten. Verder houdt hij zich rustig in zijn nest.
De belangrijkste vijanden van de eekhoorn zijn marters, roofvogels, vossen, honden en katten.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢, 𝘸𝘦𝘣𝘴𝘪𝘵𝘦 𝘡𝘰𝘰𝘨𝘥𝘪𝘦𝘳𝘷𝘦𝘳𝘦𝘯𝘪𝘨𝘪𝘯𝘨, 𝘏𝘦𝘵 𝘈𝘮𝘴𝘵𝘦𝘳𝘥𝘢𝘮𝘴𝘦 𝘣𝘦𝘦𝘴𝘵𝘦𝘯𝘣𝘰𝘦𝘬

3 gedachten over “Soort van dag 243: eekhoorn”

Plaats een reactie