(2 september 2023)
Door klimaatverandering kunnen zomers bij ons droger en warmer worden en kunnen er zwaardere regenbuien voorkomen. Er zijn allerlei manieren waarop je je tuin hierop kunt voorbereiden en gelijk iets kunt betekenen voor de biodiversiteit. Op zaterdag 2 en 9 september vindt de Nationale Tuin & Klimaat Route plaats. Hierbij kun je ideeën opdoen om je tuin klimaatbestendiger te maken. Zie hier voor deelnemende tuinen. (En nee, wij zitten er (nog) niet bij.)
Niet alle inheemse planten verdragen droge, warme zomers en zullen mogelijk op termijn uit ons land verdwijnen. Er zijn ook planten die aangepast zijn aan een droge omgeving. Deze hebben vaak vlezige bladeren (met een dikke bladhuid) die bovendien voorzien zijn van een waslaagje. Overdag zijn de huidmondjes gesloten zodat er geen water door verdamping verloren gaat. Een verzamelnaam voor dergelijke planten is ‘vetplanten’. Ze komen in allerlei plantenfamilies voor.
Er is een familie van planten die hierin gespecialiseerd zijn, namelijk de vetplantenfamilie. Bijna over de hele wereld komen soorten uit deze familie voor. In Nederland zijn mosbloempje, muurpeper, tripmadam, zacht vetkruid, wit vetkruid en hemelsleutel inheems. Daarnaast kun je verwilderde soorten tegenkomen, vooral in stedelijke gebieden. Deze komen bijvoorbeeld van zogenaamde sedumdaken, een vorm van groene daken waarop vooral vetplanten worden toegepast.
De meeste vetplanten blijven ’s winters groen en staan daarom symbool voor ‘eeuwig leven’. Vetplanten worden door allerlei bestuivers bezocht.
Een plantje dat steeds vaker wordt waargenomen, is het mosbloempje (foto linksboven). Het is een eenjarige soort met schubachtige blaadjes die te vinden is op grond die in de zomer uitdroogt en snel opwarmt. Je vindt het o.a. langs paden, op begraafplaatsen en campings. Ook wordt het steeds vaker in voegen van bestrating aangetroffen. Het plantje loopt vaak rood aan. De kleine witte of roze bloemetjes bloeien van april tot in september. Het plantje wordt 1-5 cm hoog en is daarmee één van de kleinste plantjes van ons land.
Linksonder zie je een foto van hemelsleutel. Dat is een overblijvende plant die je bijvoorbeeld onder struikgewas in bermen kunt vinden. De plant houdt van vochtige, matig voedselrijke grond en is dus geen typische soort van droge omstandigheden. De plant wordt ook in tuinen aangeplant. Daar vind je verder vaak roze hemelsleutel of de kruising hiervan met de inheemse (basterdhemelsleutel). Via tuinafval kunnen hemelsleutels verwilderen. De kleur van de kroonbladen van de inheemse hemelsleutel kan variëren van groenig wit tot donkerroze of rood. Er is een stippelmot (zie ook dag 153) die gespecialiseerd is op deze plant.
In het midden van de collage zie je de gele bloemetjes van muurpeper. Deze laagblijvende soort groeit graag in de volle zon. De plant heet zo omdat de blaadjes een scherpe, peperachtige smaak hebben. Het is een pionier van zandige en stenige plaatsen. Je vindt het bijvoorbeeld in de duinen. De plant groeit ook goed op platte daken en muren. Elk brokje kan weer tot een nieuwe plant uitgroeien.
Rechts zie je wit vetkruid, groeiend op een steenglooiing langs het Grevelingenmeer. Het is een soort van droge, stikstofarme, kalkrijke plekken. Vermoedelijk komt de plant van nature alleen voor in Zuid-Limburg en langs de grote rivieren. Elders is het een verwilderde tuinplant.
Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.
𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘕𝘦𝘥𝘦𝘳𝘭𝘢𝘯𝘥𝘴𝘦 𝘰𝘦𝘤𝘰𝘭𝘰𝘨𝘪𝘴𝘤𝘩𝘦 𝘧𝘭𝘰𝘳𝘢, 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢, 𝘝𝘦𝘳𝘴𝘱𝘳𝘦𝘪𝘥𝘪𝘯𝘨𝘴𝘢𝘵𝘭𝘢𝘴
