(7 september 2023)
Een maand geleden besteedde ik aandacht aan de grijze zeehond, ons grootste roofdier. Vandaag aandacht voor de gewone zeehond die kleiner en schuwer is en er aandoenlijk uitziet met zijn ronde kop. Maar ook de gewone zeehond is een roofdier dat vooral jaagt op bodemvissen zoals platvis. Per dag stouwt een volwassen dier wel acht kilo weg.
Op de foto in het midden links zie je zeehonden op de Galgenplaat in de Oosterschelde. We zagen deze tijdens een zeehondensafari in 2019. Van 1985-1988 werkte ik bij de Deltadienst in Zeeland en toen heb ik over de Galgenplaat rondgelopen. In die tijd waren hier geen zeehonden. Mijn man en ik hebben destijds een symposium bijgewoond over bedreigingen en kansen van zeehonden in het Deltagebied. Nu zijn er in West-Nederland 1.500 exemplaren.
In het Nederlandse deel van de Waddenzee komen zo’n 8.000 gewone zeehonden voor. Op de foto in het midden rechts zie je gewone zeehonden in de buurt van Rottumerplaat (in 2008). Soms worden zeehonden ook in zoet water gezien, zelfs tot in Maastricht (in 2004).
Tot 1962 mocht er nog op zeehonden gejaagd worden. Toen de jacht stopte, duurde het nog wel even voor het aantal gewone zeehonden weer echt toenam. Zeehonden hadden namelijk ook te lijden van verstoring en watervervuiling, o.a. met PCB’s . PCB’s hebben een negatieve invloed op de vruchtbaarheid. (Pas sinds 2001 is de productie en het gebruik van PCB’s wereldwijd verboden.)
Verder was er een paar keer een uitbraak van het zeehondenvirus; in 1988 en 2002 werd hierdoor de populatie in de Waddenzee gehalveerd. Gelukkig herstelde het aantal zich weer snel.
Jaarlijks worden in de internationale Waddenzee pups en ruiende zeehonden geteld. Het bleek dat er in 2022 bij de pups een afname was van 22% en bij de ruiende zeehonden van 12% ten opzichte van 2021. De oorzaak hiervan is onduidelijk.
Gewone zeehonden hebben een grijze tot bruingrijze vacht met vlekken. Jonge dieren zijn geel-grijs. De ogen zijn vrij groot en staan dicht bij elkaar. De neusgaten zijn V-vormig. Ze kunnen zwemmen met een snelheid van 35 km/uur en tot 500 meter diepte duiken. Elke 15 minuten moeten ze boven water komen om adem te halen. Op land bewegen ze zich voort door zich met de voorste vinnen (flippers) af te zetten en hun lichaam over de grond te slepen.
De gewone zeehond komt vooral voor in getijdengebieden, dus gebieden waar bij eb delen (platen, slikken) droogvallen. Hier kunnen ze rusten en de jongen zogen. Je ziet ze in groepen, soms wel van honderden dieren bij elkaar. Ze blijven altijd in de buurt van diep water waar ze met hoog water naar toe kunnen gaan om voedsel te zoeken of waarheen ze kunnen vluchten in geval van gevaar (of verstoring door mensen).
De paartijd van de gewone zeehond is in juli en augustus. Vanaf half mei worden de jongen geboren (die van de grijze zeehond in de winter). De pups kunnen gelijk zwemmen en duiken en gaan dan ook met hun moeder mee als de zandplaat onder water loopt. Ze worden drie tot zes weken gezoogd en door hun moeder tegen gevaar beschermd. Als hun moeder gaat jagen, blijven de pups op de zandplaat achter. Na de zoogtijd moet het jong voor zichzelf zorgen en paart de moeder opnieuw. Ook is dan de tijd aangebroken om te ruien (augustus-september).
Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.
𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘸𝘦𝘣𝘴𝘪𝘵𝘦𝘴 𝘡𝘰𝘰𝘨𝘥𝘪𝘦𝘳𝘷𝘦𝘳𝘦𝘯𝘪𝘨𝘪𝘯𝘨, 𝘌𝘤𝘰𝘮𝘢𝘳𝘦, 𝘕𝘢𝘵𝘶𝘳𝘦 𝘛𝘰𝘥𝘢𝘺
