Soort van dag 254: kaasjeskruidfamilie

(11 september 2023)

Momenteel kun je nog op veel plekken kaasjeskruid zien bloeien. Vier soorten worden als inheems beschouwd, maar komen ook verwilderd voor: groot kaasjeskruid, klein kaasjeskruid, muskuskaasjeskruid en vijfdelig kaasjeskruid. Ze hebben allemaal een zuidelijke herkomst en zijn al lang geleden als cultuurvolger in ons land terecht gekomen. Daarnaast zijn er nog twee soorten die minder lang in ons land voorkomen: rond en kleinbloemig kaasjeskruid.
Tot de kaasjeskruidfamilie horen verder de inheemse soorten heemst, winterlinde en zomerlinde (lindebomen komen een andere keer aan de orde). Ook verschillende bekende tuinplanten horen tot deze familie: stokroos, fluweelblad, lavatera en de hibiscussoorten drie-urenbloem en althaeastruik. Ook de katoenplant hoort tot deze familie. Verder komen van de inheemse soorten verschillende cultuurvariëteiten voor.

Wat is zo kenmerkend voor de kaasjeskruidfamilie? De bloemen hebben niet alleen een kelk (vijf groene blaadjes onder de vijf gekleurde kroonbladen), maar ook een bijkelk. Dit zijn vergroeide steunblaadjes. Bij heemst heeft de bijkelk zes tot negen slippen (foto). De kaasjeskruiden hebben een drieslippige bijkelk. Verder zijn de meeldraden vergroeid tot een meeldraadbuis. Op die buis staat een kwastje met de helmknoppen. De stamper zit in de meeldraadbuis opgesloten en de stempels komen uit de top van de meeldraadbuis tevoorschijn. Dat gebeurt pas als de helmknoppen het stuifmeel hebben afgegeven. Zo wordt zelfbestuiving voorkomen. Op de foto kun je goed het zuiltje zien, met uitwaaierende helmknoppen en stempels. De nectar zit aan de voet (‘nagel’) van de kroonbladen. De bloemen worden bezocht door hommels en andere bijen.
De vrucht van de kaasjeskruiden is een zogenaamde splitvrucht: bij rijpheid splitst deze in afzonderlijke dopvruchten. Bij kaasjeskruid heeft de splitvrucht de vorm van een kaas, vandaar de naam.

Verschillende soorten insecten zijn afhankelijk van kaasjeskruid en heemst. Ze maken geen onderscheid naar soort. Er is een geslacht van snuittorretjes en een geslacht van aardvlooien die gespecialiseerd zijn op kaasjeskruid. Er zijn verschillende vlinders die uitsluitend kaasjeskruidsoorten als waardplant hebben: kaasjeskruiddikkopje, malvabandspanner en een motje dat van de zaadjes leeft. Distelvlinders gebruiken ook kaasjeskruid als waardplant. Verder is er een roest die je op alle kruidachtigen van de kaasjeskruidfamilie kunt aantreffen, namelijk kaasjeskruidroest, een exoot afkomstig uit Chili. Verschillende zaadeters eten de zaden van kaasjeskruid.

In de collage zie je linksboven groot kaasjeskruid met daarnaast de tuinvariëteit die in veel zaadmengsels zit en grotere en donkerdere bloemen heeft (tuinkaasjeskruid). Daarnaast zie je muskuskaasjeskruid. Vijfdelig kaasjeskruid lijkt hier veel op maar heeft geen muskusgeur. Rechts zie je klein kaasjeskruid.
Onderaan links zie je heemst met een steenhommel. Daarnaast zie je de bijkelk van heemst, de meeldraadzuil van groot kaasjeskruid en tenslotte een van de stadia van kaasjeskruidroest.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘕𝘦𝘥𝘦𝘳𝘭𝘢𝘯𝘥𝘴𝘦 𝘰𝘦𝘤𝘰𝘭𝘰𝘨𝘪𝘴𝘤𝘩𝘦 𝘧𝘭𝘰𝘳𝘢, 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢

Eén gedachte over “Soort van dag 254: kaasjeskruidfamilie”

Plaats een reactie