Soort van dag 258: uilen

(15 september 2023)

September is een mooie tijd om uilen te kijken. En dan bedoel ik niet de vogels, maar de vlinders. De komende twee avonden en nachten is het de Nationale Nachtvlindernacht. Je kunt zelf op zoek gaan naar nachtvlinders en deze doorgeven. Maar je kunt ook op allerlei plekken in het land aansluiten bij activiteiten. Kijk hier voor meer informatie.

In Nederland komen meer dan 2.400 soorten nachtvlinders voor. Hiervan horen ruim 1.480 horen tot de zogenaamde kleine vlinders. De overige soorten worden vaak samengevat onder de term macro’s: de grotere nachtvlinders. Niet alleen de grootte is bepalend of een nachtvlinder tot de micro’s of de macro’s behoort. Micro’s leggen in rusthouding hun voelsprieten over de vleugel; macro’s schuiven deze onder de vleugels. Hier vind je veel informatie over microvlinders.

Van de macronachtvlinders is de familie van de uilen in ons land het grootst, met zo’n 350 soorten. Hiertoe behoren o.a. de gamma-uil en het zwart weeskind. Ze worden uilen genoemd omdat ze bruin- of grijsachtige voorvleugels hebben. Van sommige soorten zijn de achtervleugels felgekleurd.
Uilen lijken erg op elkaar. Ze zijn middelgroot, behaard en stevig gebouwd. In rust houden ze hun vleugels dakvormig boven hun lichaam gevouwen. Ze hebben kenmerkende vlekken (uilvlekken), namelijk een niervlek (nier-of boonvormig), een ringvlek en tenslotte nog een tapvlek (langwerpig). Op basis van de vorm, kleur en aan- of afwezigheid van deze vlekken kan je zien met welke soort je te maken hebt.
Uiteraard hebben uilen rupsen. Ook deze zijn niet altijd even makkelijk van elkaar te onderscheiden. De meeste rupsen zijn ’s nachts actief. Als je ze overdag ziet, zijn ze op zoek naar een plek om te verpoppen. Dat doen de meeste ondergronds of in de strooisellaag. Er zijn uilen die specifieke waardplanten hebben zoals het vlasbekuiltje. Maar veel soorten zijn niet kieskeurig en vind je op allerlei planten (polyfaag, wordt dat genoemd). Van verschillende soorten leven de rupsen onder de grond en eten van plantenwortels. Sommige soorten brengen schade toe aan landbouwgewassen zoals kool en sla.
Afhankelijk van de soort overwinteren uilen als ei, rups of pop. Een enkele overwintert als vlinder. Er zijn ook uilen die wegtrekken zoals de gamma-uil.

Bij mijn avondlijke speurtochten naar nachtvlinders in onze tuin heb ik verschillende uilensoorten gevonden. Met behulp van waarneming.nl kon ik ze op naam brengen. In de collage staan foto’s van enkele soorten die ik gezien heb. Je kunt goed zien welke ik op smeer heb gevonden (glimmende achtergrond).

Bovenaan zie je links de agaatvlinder en haar rups. In zachte winters eet de rups gewoon door. Rechts daarvan de groente-uil en haar rups.
Op de tweede rij zie je links de witstipgrasuil. Dat is een trekvlinder waarvan in Nederland geen vondsten van rupsen bekend zijn. De vlinder daarnaast, de grote worteluil, is ook een trekvlinder. Daarnaast zie je de vierkantvlekuil en de zwarte-c-uil, te herkennen aan de strogele vlekken.
Op de derde rij zie je links de zuidelijke stofuil. Daarnaast de huismoeder; deze is dag- en nachtactief en wordt ook regelmatig in huis aangetroffen. Daarnaast de gewone velduil en de gewone breedvleugeluil.
Op de onderste rij zie je de zuringuil met zijn prachtige tekening. Dan nog drie rupsen: van volgeling, psi-uil en vlasbekuiltje.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘝𝘭𝘪𝘯𝘥𝘦𝘳𝘴𝘵𝘪𝘤𝘩𝘵𝘪𝘯𝘨, 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢 , 𝘸𝘢𝘢𝘳𝘯𝘦𝘮𝘪𝘯𝘨.𝘯𝘭

Eén gedachte over “Soort van dag 258: uilen”

Plaats een reactie