(18 september 2023)
Op twee plekken heb ik ze dit jaar al gezien: grote parasolzwammen. In het Goois Natuurreservaat zag ik een enkel exemplaar staan. Bij Laag Wolfheze stond een aantal in een gedeeltelijke heksenkring (zie foto bovenaan). Grote parasolzwammen zijn niet te missen met hun lange steel (tot 40 cm) en grote hoed (doorsnede tot 40 cm). Hiermee zijn ze de grootste plaatjeszwammen van ons land. Overigens worden ze niet altijd zo groot; je kunt ze dan verwarren met andere (parasol)zwammen. Maar heb je een parasolzwam met een hoed die een doorsnede heeft van 20 cm of meer, dan heb je met de grote te maken. Jonge exemplaren zijn ook opvallend. Ze lijken op dikke trommelstokken.
Er zijn nog meer opvallende kenmerken. Bij volgroeide exemplaren zit er een donkerbruine, stompe bult op de hoed. Op de hoed zitten bruine schubben die duidelijk afsteken tegen de witte hoedhuid. Bij oudere exemplaren kun je de ring langs de steel heen en weer schuiven. De steel van grote parasolzwammen is volgens de boeken ‘schubbig-gevlamd’. Ik zou zeggen: met een slangenprint of een zigzagpatroon.
Je vindt grote parasolzwammen op onbemeste graslanden, in bermen en lichte bossen. De schimmel leeft van dood organisch materiaal in de bodem (saprofyt). De vruchtlichamen verschijnen van juni tot in november.
Grote parasolzwammen kunnen heksenkringen vormen, soms wel met een doorsnede van enkele tientallen meters. Bij zulke grote heksenkringen heb je te maken met een zwamvlok die tientallen jaren oud is. Er zijn nog veel meer paddenstoelensoorten die zulke kringen maken. In onze tuin is dat bijvoorbeeld de weidekringzwam. De grootst bekende heksenkring in Europa (in Frankrijk) heeft een doorsnede van 600 meter. In Oregon (VS) komt voor zover bekend de oudste voor. Het gaat om een sombere honingzwam die 2.400 jaar oud is en zich uitstrekt over een gebied van 890 ha groot. Zo lang er voedsel is, kan een zwam doorleven.
Heksenkringen hebben altijd tot de verbeelding gespeeld. Mensen bedachten allerlei bovennatuurlijke verklaringen voor het plotseling uit de grond rijzen van zo’n kring paddenstoelen. Pas in de 19e eeuw ontdekte iemand hoe het echt zit. Toch zijn heksenkringen nog steeds omgeven door mysteries.
Het begint met twee sporen die op een geschikte plek zijn terecht gekomen. Uit die twee sporen ontwikkelen zich schimmeldraden (primaire zwamvlokken). Als deze bij elkaar passen, versmelten ze. Hieruit ontstaat de (secundaire) zwamvlok, ook wel mycelium genoemd. De zwamvlok ‘eet’ het dode organische materiaal in de bodem en de schimmeldraden groeien in alle richtingen ongeveer even sterk uit. Waar het voedsel op is, sterft de zwamvlok af. Alleen aan de buitenrand waar nog genoeg voedsel is, leeft de zwamvlok verder en groeit hij door. Als de weersomstandigheden gunstig zijn (vochtig en niet te koud), groeien uit kleine knopjes langs de rand de vruchtlichamen. En dan is de zwam dus voor ons zichtbaar in de vorm van een heksenkring. Bijzonder om je te realiseren dat al die paddenstoelen dus onderdeel zijn van één organisme! De heksenkring in Oregon wordt beschouwd als het grootste levende organisme ter wereld.
Niet alleen zwammen die van dood organisch materiaal leven, vormen heksenkringen. De sombere honingzwam is bijvoorbeeld een parasiet. Ook bij zwammen die samenleven met bomen, komen heksenkringen voor, maar deze worden nooit zo groot.
Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats: https://inekebams.com/soort-van-de-dag/.
𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢, 𝘝𝘦𝘳𝘴𝘱𝘳𝘦𝘪𝘥𝘪𝘯𝘨𝘴𝘢𝘵𝘭𝘢𝘴, 𝘢𝘭𝘭𝘦𝘴𝘰𝘷𝘦𝘳𝘱𝘢𝘥𝘥𝘦𝘯𝘴𝘵𝘰𝘦𝘭𝘦𝘯.𝘯𝘭
