Soort van dag 262: mijten

(19 september 2023)

Over verschillende spinachtigen heb ik het al gehad: echte spinnen en hooiwagens. Een andere groep spinachtigen zijn de mijten, met meer dan 1.700 bekende soorten in ons land.
Mijten zijn heel klein. De kleinste zijn 0,1 mm, de grotere soorten kunnen enkele millimeters worden. Hun lichaam is één geheel. Net zoals andere spinachtigen hebben ze (meestal) acht poten, zogenaamde gifkaken en geen antennen. Bij veel mijtensoorten hebben heel jonge exemplaren zes poten. Onder de mijten vind je zowel opruimers, parasieten (op planten of dieren), planteneters als rovers.

De soorten die in ons land voorkomen, worden in vier subgroepen (orden) onderverdeeld.

Allereerst de orde van de teken (foto linksboven). Hiervan komen in ons land 14 soorten voor. Ze zijn allemaal bloedzuigend en kunnen ziektes overdragen; een paar bijten mensen. Aan het uiteinde van de kop zit een getand orgaan waarmee ze door de huid van de gastheer kunnen dringen. Teken zijn onmiskenbaar door de (ovaal)ronde vorm in combinatie met de gekromde poten.

Van de orde van de roofmijten komen in ons land ruim 400 soorten voor. Deze mijten zijn afgeplat en langwerpiger dan teken. Ze zijn meestal wit of bruin van kleur.
Tot de roofmijten horen parasieten zoals varroamijt (op bijen) en vogel-luismijt (ook wel bekend als bloedluis). Andere soorten zijn rovers; ze eten andere mijten (zoals spintmijten en vogel-luismijt) en andere ongewervelden. Verschillende soorten worden daarom ingezet als biologische ongediertebestrijders.
De nimfen van roofmijten zie je soms vastgeklampt aan insecten zitten. Dat kan zijn omdat ze van hun gastheer leven, maar ook om zich zo te laten verspreiden. Op de foto rechtsboven zie je roofmijten die meeliften met een krompootdoodgraver. Op de foto daaronder zie je roofmijten op de onderzijde van een bosmestkever.

Mosmijten horen tot een orde met 600 vertegenwoordigers in ons land. Mosmijten zijn donker gekleurd en traag en hebben veelal de vorm van een klein kevertje. Ze leven van schimmels, mos, rottend blad en algen. Je vind ze dan ook vooral op en in de bodem en op bomen.
Tot deze orde horen ook de schurftmijt en de huisstofmijt. De schurftmijt eet van de verhoornde cellen van een mensenhuid en graaft gangen in de huid. De huisstofmijt leeft van huidschilfers. Sommige mensen zijn allergisch voor de uitwerpselen en vervellingshuidjes. Verder vallen onder deze orde enkele soorten die (als opruimer) een plaag kunnen vormen in voedselvoorraden.

De laatste orde kent de meeste vertegenwoordigers in ons land (ca. 640) en is erg divers. Hiertoe behoren o.a. fluweelmijten, watermijten, galmijten, spintmijten, haarfollikelmijten en de oogstmijt. De nimf van de oogstmijt zuigt vocht uit o.a. de mensenhuid en kan jeuk veroorzaken. Haarfollikelmijten leven in haarzakjes en talgklieren, ook bij mensen, maar veroorzaken meestal geen overlast.
Op de foto linksonder zie je een fluweelmijt uit onze moestuin. Fluweelmijten zijn relatief groot (2-5 mm), rood en behaard. Hun voorste paar poten gebruiken ze als antenne. Met hun grote monddelen grijpen ze prooien (kleine geleedpotigen). Deze worden vervolgens leeggezogen. Hun nimfen leven als parasiet op andere geleedpotigen.
Galmijten zijn erg klein (kleiner dan 0,2 mm). Ze zijn wormachtig en hebben maar vier poten. Met hun monddelen steken ze in plantencellen. Vervolgens zuigen ze deze leeg. Daarbij produceren ze speeksel waar de plant op kan reageren door het vormen van een gal. Een voorbeeld is de elzennerfhoekmijt op zwarte els (foto rechtsonder).

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘏𝘦𝘵 𝘨𝘦𝘭𝘦𝘦𝘥𝘱𝘰𝘵𝘪𝘨𝘦𝘯𝘣𝘰𝘦𝘬, 𝘣𝘰𝘦𝘬 𝘗𝘭𝘢𝘯𝘵𝘦𝘯𝘨𝘢𝘭𝘭𝘦𝘯, 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢, 𝘴𝘰𝘰𝘳𝘵𝘦𝘯𝘳𝘦𝘨𝘪𝘴𝘵𝘦𝘳.𝘯𝘭, 𝘬𝘢𝘥.𝘯𝘭

5 gedachten over “Soort van dag 262: mijten”

Plaats een reactie