(20 september 2023)
Met de regen van de afgelopen dagen schieten niet alleen de paddenstoelen maar ook allerlei eenjarige planten uit de grond. In onze tuin zag ik ineens tussen het grind verschillende exemplaren van de tuinwolfsmelk. Tijd om eens aandacht te besteden aan het geslacht wolfsmelk (Euphorbia).
Over grote delen van de wereld kun je vertegenwoordigers van dit geslacht tegenkomen. De vormenrijkdom is erg groot. Bij ons zie je alleen kruidachtigen. Maar ze komen ook voor als struik, boom of cactusachtige. Een aantal bekende kamerplanten komt uit dit geslacht, zoals de kerstster.
Een duidelijk kenmerk van een wolfsmelk is het witte melksap in alle delen van de plant. Dit sap staat onder druk en bij beschadiging komt het gelijk naar buiten. Het is bedoeld als wondafdekking en tegen vraat, want het sap is giftig (huid- en oogirritatie). De naam ‘wolfsmelk’ verwijst naar het gevaar van dit melksap (‘wolf’ in de betekenis van duivel).
Niet alleen het melksap, maar ook de bloeiwijze is kenmerkend. Alle wolfsmelken hebben schijnbloemen die omgeven zijn door schutbladen. In de bekervormige schijnbloem staan de eigenlijke bloemen: één vrouwelijke (stamper met drie stijlen) en meerdere mannelijke (alleen een meeldraad per bloem). Rondom die bloemen zitten vier tot vijf nectarklieren. Hierop komen vliegen, bijen, wespen en mieren af. De bloemen staan in vertakte bijschermen met grote opvallende schutbladen (vergelijk de rode bladeren van de kerstster). De vrucht bestaat uit drie zogenaamde kluisvruchten, met in elke vrucht één zaad. Als ze rijp zijn, springen de vruchten met geweld open en worden de zaden weggeslingerd.
In Nederland komen achttien soorten voor. In de collage staat een aantal wolfsmelken die ik de afgelopen jaren heb gefotografeerd.
Bovenaan links zie je tuinwolfsmelk. Deze is, net zoals het kroontjeskruid ernaast, een eenjarige soort. Beide komen voor op omgewoelde, stikstofrijke bodems (tuinen, akkers), zijn afkomstig uit Zuid-Europa en zijn als cultuurvolger hier gekomen. De bladranden van tuinwolfsmelk zijn glad terwijl die van kroontjeskruid getand zijn.
Rechtsboven zie je het blad van de cipreswolfsmelk. Het is een vrij zeldzame soort van droge zandgronden langs de grote rivieren die ook als tuinplant wordt gebruikt. De zeer zeldzame wolfsmelkpijlstaart gebruikt cipreswolfsmelk als waardplant.
Op de rij eronder zie je links amandelwolfsmelk. Het is een soort van kalkrijke en komt in ons land alleen in Zuid-Limburg voor. Deze wordt ook als tuinplant gebruikt en verwilderd aangetroffen.
Daarnaast zie je de kruisbladige wolfsmelk. Deze tweejarige wordt veel in tuinen aangeplant, o.a. omdat de plant mollen zou weren. Ook deze komt verwilderd voor. Van oorsprong is het een Zuid-Europese soort, maar daar schijnt die echt in het wild niet meer voor te komen.
Rechts zie je zeewolfsmelk. Deze komt voor langs de kust, m.n. in het Deltagebied. Het is een typische soort van de zeereep. Hij ontkiemt op het vloedmerk; vruchten of zaden worden waarschijnlijk door de zee verspreid. Planten kunnen zich uit overstuivend zand omhoog werken.
Linksonder zie je kleurige wolfsmelk. Deze (nog) niet ingeburgerde plant heeft zachtbehaarde bladeren, opvallende gele schutbladen en komt oorspronkelijk uit o.a. Centraal-Europa.
Daarnaast zie je bloemen van heksenmelk met daarop een wegmier die op de nectar is afgekomen. Ik heb deze foto gemaakt op de Grevelingendam waar de plant tussen de basaltblokken staat. Daar kwamen ook exemplaren voor die aangetast zijn door een roestschimmel. Die zie je op de foto rechtsonder. Het gaat hierbij om de cipreswolfsmelk-vlinderbloemenroest. Van oorsprong komt de plant in Midden-Europa voor en heeft zich via water- en verkeerswegen bij ons gevestigd.
Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.
𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢, 𝘕𝘦𝘥𝘦𝘳𝘭𝘢𝘯𝘥𝘴𝘦 𝘰𝘦𝘤𝘰𝘭𝘰𝘨𝘪𝘴𝘤𝘩𝘦 𝘧𝘭𝘰𝘳𝘢, 𝘷𝘦𝘳𝘴𝘱𝘳𝘦𝘪𝘥𝘪𝘯𝘨𝘴𝘢𝘵𝘭𝘢𝘴.𝘯𝘭

Eén gedachte over “Soort van dag 263: wolfsmelk”