(1 oktober 2023)
Zodra de zon schijnt, zien we nog van alles fladderen en vliegen in onze tuin. Het is vooral een drukte van belang bij de herfstasters. Herfstasters zijn niet inheems, maar ze trekken wel veel insecten aan. Het zijn vooral vliegen (bijvliegen en andere zweefvliegen, groene vleesvliegen) die ik op de nectar af zie komen. Daarnaast zie ik nog verschillende dagvlinders: dagpauwoog, kleine geaderd witje, kleine koolwitje, bont zandoogje en atalanta.
Atalanta’s zijn trekvlinders. In april verschijnen de eerste exemplaren vanuit Zuid-Europa in ons land. Tot in juli kunnen nog vlinders bij ons arriveren. De rupsen vind je van mei tot in het najaar op grote en kleine brandnetel. Het vrouwtje zet de eitjes een voor een af op de bovenkant van een blad. De rups spint een kokertje van een of meer bladeren. Overdag verschuilt hij zich hierin en ’s nachts komt hij eruit om te eten. Na iedere vervelling maakt hij een nieuw kokertje. Na een maand verpoppen de rupsen. Nog een maand verder, en dan komen de vlinders tevoorschijn. Vanaf augustus zie je de nieuwe generatie vlinders vliegen.
De atalanta’s die ik eergisteren zag, waren puntgaaf. Ze bereiden zich voor op hun enkele reis naar het zuiden. Daar zullen ze een volgende generatie voortbrengen waarvan de vlinders in het voorjaar een enkele reis naar het noorden gaan ondernemen.
Uit onderzoek is gebleken dat atalanta’s in het voorjaar vooral wegtrekken omdat er in Zuid-Europa door droogte en warmte nauwelijks geschikte brandnetels zullen zijn voor hun nakomelingen. Die brandnetels vinden ze wel in de koelere bergen of in het noorden.
Tot twintig jaar geleden waren atalanta’s vrijwel uitsluitend trekvlinders, maar tegenwoordig blijven ze steeds vaker (als vlinder) overwinteren. De kans dat ze het voorjaar halen is maar klein. Als het echt koud wordt, gaan ze dood. Bij zacht weer moeten ze eten en veel nectar valt er in ons land in de winter niet te halen. Overigens zullen ook veel atalanta’s die naar het zuiden trekken, hun bestemming nooit bereiken.
Trekvlinders hebben veel energie nodig voor hun reis naar het zuiden. Daarvoor halen ze nectar uit o.a. de bloemen van klimop, hemelsleutel, koninginnekruid en herfstasters. Ook eten ze van rottend fruit en van honingdauw van bladluizen.
Trekkende atalanta’s kun je ook waarnemen. Het zijn vooral vogelaars op trektelposten die ze voorbij zien komen, zoals uit een artikel van Nature Today uit 2021 blijkt. Ze zagen dat atalanta’s niet in groepen, maar individueel trekken. Ze vlogen op een hoogte van vijf tot tien meter in een rechte lijn naar het zuiden.
Er zijn nog meer trekvlinders. Van de trekkende nachtvlinders is de gamma-uil al aan de orde geweest. Ook de kolibrievlinder die sommigen mensen nog in hun tuin zien, is een trekkende nachtvlinder.
Andere trekkende dagvlinders zijn: oranje luzernevlinder, gele luzernevlinder en distelvlinder. Distelvlinders zijn verwant aan atalanta’s. Zij trekken helemaal naar Marokko. De aantallen distelvlinders in ons land verschillen per jaar. Want weersomstandigheden en windrichting bepalen mede of distelvlinders ons land zullen bereiken.
𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘝𝘭𝘪𝘯𝘥𝘦𝘳𝘴𝘵𝘪𝘤𝘩𝘵𝘪𝘯𝘨, 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢, 𝘕𝘢𝘵𝘶𝘳𝘦 𝘛𝘰𝘥𝘢𝘺, 𝘯𝘢𝘵𝘶𝘶𝘳𝘵𝘪𝘫𝘥𝘴𝘤𝘩𝘳𝘪𝘧𝘵𝘦𝘯.𝘯𝘭
