(2 oktober 2023)
Een paddenstoel die elk jaar wel ergens in onze tuin zijn kop opsteekt, is de (gewone) glimmerinktzwam. Ook nu heb ik ze weer gezien. Ze vergaan snel: een dag later waren ze zwart en omgeknakt. Een naaktslak was bezig om de resten weg te werken.
Er komen in ons land zo’n 125 soorten inktzwammen voor, behorend tot verschillende geslachten. Kenmerkend is dat bij de meeste soorten de hoed en de lamellen inktachtig vervloeien. De lamellen zijn eerst wit, later grijs of roze en tenslotte zwart. De sporen van inktzwammen zijn donker. Als de sporen rijp zijn, verteren vanaf de hoedrand de lamellen zichzelf tot zwarte ‘inkt’. Autodigestie (zelfconsumptie) wordt dat genoemd. In die inkt zitten de sporen. Dieren die in aanraking komen met de inktdruppels, nemen de sporen mee.
Van paddenstoelen die al aardig aan het ‘verinkten zijn’, kun je inkt maken. Het is wel inkt die snel verbleekt.
Inktzwammen zijn opruimers: de schimmels leven op dood hout of mest of zitten in de grond.
Op de foto’s zie je vier algemeen voorkomende inktzwammen. Bovenaan rechts zie je een plooirokje. Daarnaast zie twee stadia van de zwerminktzwam. In het midden zie je glimmerinktzwammen (plus de geknakte uit onze tuin). Onderaan zie je drie stadia van de geschubde inktzwam.
Op de foto van het plooirokje kun je zien dat de hoed eerst beige-bruin is en bij uitspreiden grijs. De doorsnede is 1-3 cm. Opvallend zijn de plooien en het ‘oog’ in het midden. Plooirokjes vind je in groepen in bermen, graslanden, tuinen en parken. Vind je een plooirokje op mest, dan is het een klein mestplooirokje. Bij plooirokjes vervloeien bij rijpheid de hoed en lamellen niet. Daarom wordt hij niet door iedereen tot de inktzwammen gerekend.
Ook bij zwerminktzwammen vervloeien de hoed en lamellen niet. Deze zijn eerst vingerhoedvormig en beige/okergeel; later klokvormig en grijs. De hoed heeft een doorsnede van 1-2 cm. Ze staan in groepen, dicht opeen. Je vindt ze vooral in loofbossen.
Gewone glimmerinktzwammen groeien in bundels op dood of begraven hout van loofbomen. Ze zijn het hele jaar te vinden. Er bestaat ook nog een gladstelige glimmerinktzwam. Deze is zeldzamer; je kunt ze alleen microscopisch van elkaar onderscheiden.
De hoed van de geschubde inktzwam is eerst tonvormig en dan klokvormig. Tenslotte krult de rand om en hangen er slierten zwarte inktdruppels aan. Om de witte steel zit een losse ring. Natuurlijk zijn ook de afstaande schubben erg kenmerkend. Ze komen op allerlei voedselrijke plekken voor, ook op verstoorde bodems.
Bijzonder aan de geschubde inktzwam is dat hij ‘vlees’ eet. Met een gifstof die de zwamvlok uitscheidt, kan hij nematoden (bodemaaltjes) verlammen. Ze worden ingepakt met zwamdraden en binnen enkele dagen verteerd.
Geschubde inktzwammen zijn jong heel goed eetbaar (gesloten hoed, witte plaatjes; direct verwerken). Sommige mensen verwarren ze met de kale inktzwam (hoeden van jonge exemplaren met bruine schubben, later kaal). Deze is ook eetbaar, mits je ze niet gelijk met alcohol nuttigt (tot drie etmalen na het nuttigen van kale inktzwammen geen alcohol gebruiken). Je gaat er niet dood aan, maar je wordt er wel ziek van. Hetzelfde geldt voor zwerminktzwammen en glimmerinktzwammen. Andere inktzwamsoorten zijn niet eetbaar (niet lekker).
Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats: https://inekebams.com/soort-van-de-dag/.
𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢, 𝘕𝘢𝘵𝘶𝘳𝘦 𝘛𝘰𝘥𝘢𝘺, 𝘋𝘦 𝘨𝘳𝘰𝘵𝘦 𝘱𝘢𝘥𝘥𝘦𝘯𝘴𝘵𝘰𝘦𝘭𝘦𝘯𝘨𝘪𝘥𝘴 𝘷𝘰𝘰𝘳 𝘰𝘯𝘥𝘦𝘳𝘸𝘦𝘨
