Soort van dag 277: krabben

(4 oktober 2023)

De afgelopen dagen las ik op Nature Today alarmerende berichten over extreem veel dode kreeften en krabben in de Oosterschelde. Het zijn vooral sportduikers die deze waarnemingen doen. Mogelijk zijn ook andere, minder opvallende schaaldieren getroffen. Dat wordt nu nader onderzocht.
Er wordt gedacht aan een virus of andere ziekteverwekker die het specifiek gemunt heeft op schaaldieren. Want dode vissen, zeesterren e.d. worden niet gezien en dat maakt de kans dat het om gifstoffen gaat veel kleiner.

Ik ben geen duiker. Ik vind dan ook meestal dode krabben als aanspoelsel of hun resten nadat ze door bijvoorbeeld meeuwen zijn gegeten (foto linksboven).
Krabben zijn geleedpotigen. Ze horen tot de orde van de tienpotigen. Tot deze orde horen ook kreeften, garnalen, porseleinkrabben en heremietkreeften. Tienpotigen die voor menselijke consumptie worden gebruikt, noemen we ‘schaaldieren’.
Tienpotigen hebben vijf paar poten. Hiervan heeft in elk geval het eerste paar scharen. Met deze scharen kunnen ze stukken van hun prooi afscheuren, schelpen kraken en zich verdedigen. Verder hebben ze een rugschild dat om het dier heen gebogen is, met daaronder de kieuwkamers.
Alle tienpotigen zijn carnivoren en de meeste ook aaseters. In Nederland zijn 107 soorten waargenomen waarvan 69 soorten inheems zijn. Inclusief exoten en zeldzame aanspoelsels zijn er in Nederland 38 soorten krabben gezien. Van de zeekreeften is alleen de Europese zeekreeft inheems. Deze vind je vooral in de Oosterschelde. Ook de exotische Amerikaanse rivierkreeften horen tot deze orde.

Krabben hebben in tegenstelling tot kreeften geen zichtbare staart. Het achterlijf is namelijk onder het schild geklapt. Krabben hebben een afgeplat lichaam. Verder is kenmerkend dat ze zijwaarts lopen en dat ze zich snel kunnen ingraven. Alle inheemse krabbensoorten leven in zout water. Er zijn ook krabbensoorten die in brak of zoet water leven. Een voorbeeld hiervan is de Chinese wolhandkrab, een invasieve exoot die ver landinwaarts kan worden aangetroffen. Deze komt al bijna een eeuw in ons land voor. Alle krabbensoorten moeten naar zee om daar hun eitjes af te zetten, dus de Chinese wolhandkrab ook. Je kunt ze in de herfst over land zien lopen, richting zee. Krabbenlarven leven als plankton in zee.

De strandkrab (foto’s onderaan) is zeer algemeen. Deze vind je langs de hele kustlijn en in de zeegaten, Waddenzee, Veerse Meer en Grevelingenmeer. Hun kleur is heel variabel; hun onderzijde oranjegeel. Hun rugschild is 8 cm breed.

De grote krab op de foto’s rechts zag ik op het strand lopen, met een heel trage gang. Dit is een noordzeekrab. Het rugschild wordt meestal 15 cm breed, maximaal 30 cm. Noordzeekrabben zijn roodbruin. De ‘vingers’ (uiteinden) van de forse scharen zijn zwart, al is dat op deze foto niet te zien.
Ze komen vooral in Zeeland en langs de Hollandse kust voor, bij voorkeur op stenige bodems en in scheepswrakken. Ik vond deze krab vlak bij een stenen strandhoofd.
Op de rug van de noordzeekrab zie je een soort korst. Dat is een kolonie van mosdiertjes.

Er is een andere kreeftachtige, het krabbenzakje, dat op krabben parasiteert. Met een stelsel van vertakte draden dringt de parasiet overal in het krabbenlichaam door. Geïnfecteerde krabben leven nog wel, maar kunnen niet meer paren. Ook vervellen gaat niet meer. Van het krabbenzakje zijn alleen de geslachtsorganen te zien die als een zakje buiten de krab hangen.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢, 𝘝𝘦𝘭𝘥𝘨𝘪𝘥𝘴 𝘍𝘭𝘰𝘳𝘢 𝘦𝘯 𝘧𝘢𝘶𝘯𝘢 𝘷𝘢𝘯 𝘥𝘦 𝘻𝘦𝘦, 𝘴𝘰𝘰𝘳𝘵𝘦𝘯𝘳𝘦𝘨𝘪𝘴𝘵𝘦𝘳.𝘯𝘭, 𝘕𝘢𝘵𝘶𝘳𝘦 𝘛𝘰𝘥𝘢𝘺

Plaats een reactie