(6 oktober 2023)
In o.a. rietkragen, heggen en knotwilgen kun je momenteel de vuurrode besjes van bitterzoet zien hangen. Bitterzoet is een klimmende, overblijvende plant (een halfstruik). Aan de bloemen en de bessen kun je zien dat de plant familie is van de tomaat. Beide horen namelijk tot het geslacht nachtschade.
Nachtschaden maken deel uit van de nachtschadefamilie. Deze familie kent wereldwijd bijna 3.000 soorten; 1.500 soorten hiervan zijn nachtschaden en de meeste komen oorspronkelijk uit Latijns-Amerika. Soorten uit de nachtschadefamilie houden van stikstofrijke bodems. In deze familie zitten zowel voedergewassen (aardappel, tomaat, paprika, Spaanse pepers, aubergine) als zeer giftige planten (die soms als medicijn worden gebruikt). Van sommige voedergewassen is slechts één deel eetbaar (zoals de knollen van de aardappel of rijpe tomaten). De rest van de plant is giftig.
Van de nachtschadefamilie zijn alleen wolfskers (Zuid-Limburg), bilzekruid (Zuid-Limburg), bitterzoet en zwarte nachtschade inheems. Alle andere soorten zijn al dan niet bewust ingevoerd en verwilderd. Het gaat hierbij om zegekruid, boksdoorn (goji-bes), echte lampionplant, goudbes (Inca-bes), doornappel, tabak en enkele nachtschaden zoals tomaat, aardappel en ‘onkruiden’ die erg op zwarte nachtschade lijken.
De gifstoffen in de soorten van de nachtschadefamilie horen tot de alkaloïden. Dodelijk giftig in Nederland zijn wolfskers, bilzekruid en doornappel. Deze stoffen zitten in de plant om (voortijdige) vraat te voorkomen.
Bitterzoet bevat naast die alkaloïden ook glycosiden. Als je op een stukje stengel kauwt, smaakt dat eerst bitter. Dan reageren de glycosiden met je speeksel en komt er sacharose vrij wat zoet smaakt. Vandaar de naam ‘bitterzoet’. Ik heb het overigens nooit geprobeerd (vanwege de alkaloïden), maar het schijnt dat vroeger kinderen als een soort snoepje op de stengels kauwden.
Bitterzoet heeft windende, rechtopstaande en liggende stengels die onderaan houtachtig zijn. De bloemen hebben vijf blauwpaarse (soms witte) kroonblaadjes die aan de voet met elkaar vergroeid zijn. Aan de basis hebben die een groene vlek met een witte rand. Deze vlekken dienen als insectenlokker. Hommels, andere bijen, zweefvliegen en kevers bezoeken de bloemen om het stuifmeel. Opvallend is het goudgele kegeltje in het midden. Dit zijn vergroeide meeldraden; in het midden steekt de stamper naar buiten. De bloemen staan bij elkaar in hangende trossen.
Na de bloei verschijnen de ovale bessen van ca. 1 cm lang. Deze verkleuren van groen, naar geel en oranje en tenslotte zijn ze rood. Rijpe bessen worden graag door vogels gegeten; voor ons zijn ze giftig.
Bitterzoet kun je op de meest uiteenlopende plekken vinden: in zon en schaduw, op droge en natte plekken. Je vindt ze in moerasbossen, aan waterkanten, in heggen, op geknotte bomen en ook aan de zeereep. Als er maar stikstof in de bodem zit. Er zijn verschillende kevertjes die gespecialiseerd zijn op bitterzoet. Op de foto rechtsboven zie je de rups van een groente-uil op bitterzoet. De plant heeft veel streeknamen waarvan enkele tot de verbeelding spreken zoals elfrank, kwalster, hondemizel, slugter en walschot.
De andere inheemse soort, zwarte nachtschade, is een eenjarig onkruid in moestuinen en van ruderale plaatsen. De plant bloeit wit en heeft ook de kenmerkende gele helmbuis. De bessen zijn eerst groen en verkleuren later naar zwart (foto rechtsonder). Ook deze plant, inclusief bessen, is giftig.
Bitterzoet en zwarte nachtschade zijn waardplanten voor een bacterie die bruinrot in aardappelen, tomaten en aubergines veroorzaakt. De bacterie komt ook in oppervlaktewater voor. In die gebieden mag geen oppervlaktewater gebruikt worden bij de teelt van aardappelen. Bitterzoet bestrijden is een onbegonnen zaak.; uit elk stukje wortel groeit weer een plant.
Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.
𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘕𝘦𝘥𝘦𝘳𝘭𝘢𝘯𝘥𝘴𝘦 𝘰𝘦𝘤𝘰𝘭𝘰𝘨𝘪𝘴𝘤𝘩𝘦 𝘍𝘭𝘰𝘳𝘢, 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢, 𝘸𝘢𝘢𝘳𝘯𝘦𝘮𝘪𝘯𝘨.𝘯𝘭

Eén gedachte over “Soort van dag 279: bitterzoet”