(12 oktober 2023)
Tot in november kun je het vlasbekje nog zien bloeien. Deze plant is ook bekend als vlasleeuwenbek. ‘Vlasleeuwenbek’ is de naam van het geslacht waartoe vlasbekje en o.a. ook walstroleeuwenbek behoren. In onze tuin bloeit de walstroleeuwenbek momenteel opnieuw (foto linksonder). Deze plant komt oorspronkelijk uit het Middellandse Zeegebied en is inmiddels ingeburgerd. Vlasleeuwenbekken en andere leeuwenbekken horen tot de weegbreefamilie.
Vlasleeuwenbekken lijken, als ze nog niet bloeien, door hun lijnvormige blaadjes op het gewas vlas. Ze worden ook wel verward met cipreswolfsmelk of heksenkruid (twee soorten wolfsmelk). Maar vlasbekje heeft geen wit melksap.
De bloemen zijn vrij groot en staan in dichte trossen aan het einde van de stengel. Ze zijn tweelippig en geel-oranje van kleur. Ook heeft de bloem een spoor. De oranje ‘vlek’ is een welving op de onderste lip die de toegang tot de kroonbuis afsluit. Die vlek is overigens niet altijd oranje: hij kan ook geel of citroengeel zijn. De heerlijk geurende bloemen kunnen alleen bestoven worden door grotere hommels en andere wilde bijen die zwaar genoeg zijn om de onderste lip naar beneden te drukken, en die bovendien beschikken over een lange tong. Want de nectar bevindt zich in de spoor. Kleine hommels (met korte tongen) willen nog wel eens inbreken door een gaatje in de zijkant van de kroonbuis te maken om zo bij de nectar te kunnen komen.
Op de vlasbekjes in onze tuin heb ik deze week geen hommels gezien. Ik heb wel even gekeken hoe dat mechanisme werkt. Op de foto rechtsonder heb ik de onderste lip naar beneden getrokken. Nu zie je gelijk waar de naam ‘leeuwenbek’ vandaan komt!
Op het vlasbekje leven verschillende snuitkevers waarvan de larven gallen veroorzaken. Ook een bepaalde galmug en een trips zie je alleen op vlasbekjes.
Het vlasbekje is waardplant van verschillende vlindersoorten waaronder de gamma-uil, de vlasbekdwergspanner en het vlasbekuiltje. De rupsen van deze laatste kun je ook vinden op walstroleeuwenbek. Deze vlindersoort overwintert als pop, soms meerdere jaren achtereen. Hij zit in een stevige ovale cocon tussen de zaaddozen van de waardplant. De cocon is daar nauwelijks zichtbaar, omdat hij dezelfde vorm heeft. Ook kan de pop op een muur of een paaltje overwinteren.
Vlasbekjes zijn overblijvende planten en ze houden van zonnige, droge en open plekken. Je vindt ze vooral op zand (o.a. in de duinen) maar dat mag niet te voedselarm zijn. Ze kunnen goed tegen losgemaakte of verstoorde grond. Het is een typische plant van wegbermen en spoorwegen. Vlasbekjes verdragen in enige mate pekel en onkruidbestrijdingsmiddelen. Je vindt ze vaak samen met gewoon duizendblad, gewoon biggenkruid, boerenwormkruid en bijvoet.
Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.
𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘕𝘦𝘥𝘦𝘳𝘭𝘢𝘯𝘥𝘴𝘦 𝘰𝘦𝘤𝘰𝘭𝘰𝘨𝘪𝘴𝘤𝘩𝘦 𝘧𝘭𝘰𝘳𝘢, 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢, 𝘷𝘭𝘪𝘯𝘥𝘦𝘳𝘴𝘵𝘪𝘤𝘩𝘵𝘪𝘯𝘨.𝘯𝘭, 𝘕𝘢𝘵𝘶𝘳𝘦 𝘛𝘰𝘥𝘢𝘺
