Soort van dag 287: bladmineerders

(14 oktober 2023)

Je hebt ze vast wel eens gezien: bladeren met patronen van slingerende lijntjes of verkleurde vlakken. Dergelijke patronen worden veroorzaakt door bladmineerders. Het gaat hierbij om larven van insecten uit verschillende groepen: vliegen (mineervliegen), nachtvlinders (mineermotten), bladwespen (zaagwespen) en kevers (o.a. bepaalde snuitkevers). In ons land komen honderden soorten bladmineerders voor. Daarnaast heb je ook mineerders onder schors en in stengels, vruchten en bloembodems.
De larven eten het weefsel dat zich tussen de opperhuid van het blad bevindt. Ze eten zich door dat weefsel heen en zo ontstaan er holtes: gangen of mijnen genaamd. In dit filmpje kun je zien hoe dat gaat. Een mijngang biedt de larfjes bescherming, al weten kool- en pimpelmezen ze er toch uit te peuteren.
In de natuur is de schade aan planten meestal beperkt. Een beruchte bladmineerder is de paardenkastanjemineermot, een exoot. Aangetaste bladeren vallen voortijdig af en daardoor verzwakt de boom.

Een rondje door de tuin deze week leverde de bladeren met mijngangen op die je bovenaan in de collage ziet. Daaronder zie je bladmineerders op rode klaver, hulst, kamperfoelie en berk. Hulst kent maar één (inheemse) bladmineerder, de hulstvlieg. Op rode klaver komen twaalf en op kamperfoelie tien soorten voor. De berk kent meer dan vijftig bladmineerders waarvan de afgebeelde mineervlieg er één is.

De volwassen dieren zijn vaak klein, onopvallend en moeilijk van elkaar te onderscheiden. Op basis van het uiterlijk van de mijnen zijn wel de larven op naam te brengen. Een uitgebreide website met determineersleutels vind je hier. Speciaal voor mineermotten is er een Vlaamse website.

Waar kun je dan allemaal naar kijken? Allereerst worden er mijngangen, blaasmijnen en vouwmijnen onderscheiden. Gangmijnen komen het meeste voor en kunnen verschillende patronen hebben (recht, rond, willekeurig). Op het hulstblad zie je de blaasmijn van de hulstvlieg. In een blaasmijn kunnen meerdere larfjes bij elkaar zitten.
Verder kun je kijken naar waar de gangen zichtbaar zijn: aan de onderzijde of bovenzijde van het blad of ‘bladdiep’. Op het beukenblad in de collage zijn de mijnen alleen aan de onderzijde zichtbaar, bij de rest van de bladeren aan de bovenzijde. Ook kun je naar de kleur kijken: wit, gelig of bruin. Waar de gang begint is eveneens een kenmerk: het ene insect legt haar eitjes meer aan de rand, het andere juist midden op het blad.
Uiteraard produceren etende larfjes uitwerpselen. Per soort verschilt het of die op hoopjes of in sliertjes liggen. Liggen de keuteltjes als een stippellijn, dan heb je met een mineermot te maken. Liggen ze afwisselend links en rechts, dan gaat het om een vliegenlarve. Bij bladwespmineerders liggen de uitwerpselen óp het blad. De larven vegen de uitwerpselen op een hoop en verwijderen deze door een opening in de mijngang.
Tenslotte kun je naar de waardplant kijken: sommige bladmineerders zijn gespecialiseerd zoals de hulstvlieg op hulst.

Moeder bladmineerder legt haar eitjes op of in het blad (met een legboor). De larfjes vreten zich vervolgens door het blad heen. Dat de larve steeds groter wordt, kun je aan de breedte van de gang zien.
De meeste larfjes verpoppen in het blad, andere soorten doen dat daarbuiten. Bij loofbomen vallen in de herfst de poppen met blad en al op de grond. In het voorjaar ontpoppen ze zich als kever, vlieg, microvlinder of blad/zaagwesp. Het hulstvliegje overwintert als larve.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢, 𝘣𝘭𝘢𝘥𝘮𝘪𝘯𝘦𝘦𝘳𝘥𝘦𝘳𝘴.𝘯𝘭, 𝘨𝘦𝘭𝘥𝘦𝘳𝘭𝘢𝘯𝘥𝘦𝘳.𝘯𝘭

Eén gedachte over “Soort van dag 287: bladmineerders”

Plaats een reactie