(15 oktober 2023)
Paddenstoelen heb je in allerlei vormen. Heel apart vind ik de aardsterren. Het is altijd weer bijzonder om er een te vinden. Aardsterren kun je het hele jaar aantreffen omdat ze niet snel vergaan. De grootste kans om er een te zien is tussen half augustus en half november.
Bij aardsterren vormen de sporen zich in het vruchtlichaam. Ze horen dus net zoals de grote stinkzwam en de aardappelbovisten tot de buikzwammen.
Jonge aardsterren worden vaak niet als zodanig herkend: ze zijn bolvormig of hebben de vorm van een tulpenbol of ui. Ze zitten net onder de grond of steken er met hun top bovenuit. Tegen de tijd dat de sporen rijp zijn, barst de buitenlaag van het vruchtlichaam stervormig open. Hierbij drukt de aardster zich omhoog, komt los van de zwamvlok en ligt vervolgens los op de grond. Bij het openbarsten wordt de binnenlaag (het bolletje) van het vruchtlichaam zichtbaar. In dit bolletje bevindt zich de sporenmassa. Als de sporen rijp zijn, komen ze tevoorschijn door een opening (de mond) op de top van het bolletje. Bij een storm rolt de aardster over de grond. Bij elke schok spuit er een wolkje sporen uit het bolletje en zo worden de sporen verspreid.
De vruchtlichamen van aardsterren kunnen drie tot vier jaar oud worden. De zwamvlokken kunnen tientallen jaren oud worden en jaar na jaar een heksenkring van nieuwe aardsterren vormen.
Er komen in ons land negentien verschillende soorten voor waarvan de meeste (erg) zeldzaam zijn. Je vindt ze vooral op warme plekjes op de zandgronden zoals (kalkrijke) duinen en de Veluwe.
Op de collage zie je bovenaan gekraagde aardsterren. Onderaan is een andere soort; volgens ObsIdentify zou het om de gewimperde aardster gaan.
Als je wilt weten met welke aardster je te maken hebt, zijn er verschillende kenmerken waarnaar je kunt kijken. Bijvoorbeeld kenmerken van de slippen en de slippenkrans, de mondzone en het bolletje (zoals wel/geen steel). Een voordeel is dat een aardster los op de grond ligt, dus je kunt hem van alle kanten bekijken. (Via deze link kom je bij een uitgave over de aardsterren van Nederland en België, met determinatiesleutels.)
De gekraagde aardster is de meest algemeen voorkomende aardster van Nederland. Vooral in de kustduinen worden ze veel waargenomen, maar ook wel op (kalkrijk) zand in het stedelijk gebied. Gekraagde aardsterren verdragen stikstofrijke bodems; je vindt ze bijvoorbeeld onder braam en brandnetels. Je herkent ze aan de duidelijk opstaande, vlezige kraag (die overigens ook kan ontbreken). Ze hebben vier tot acht slippen die aan de onderkant glad zijn, vaak met lengtebarsten. Het bolletje is ongesteeld.
Aardsterren zijn saprofieten: de schimmels leven van resten van dode planten en dieren. Ze leven dus niet in symbiose samen met bomen, maar vaak zijn ze toch opvallend vaak in de buurt van bepaalde bomen en struiken te vinden. Je vindt ze zowel op open terrein als in het bos.
Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.
𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘮𝘺𝘤𝘰𝘭𝘰𝘨𝘦𝘯.𝘯𝘭, 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢, 𝘵𝘳𝘰𝘶𝘸.𝘯𝘭

Eén gedachte over “Soort van dag 288: aardsterren”