Soort van dag 289: kleefkruid

(16 oktober 2023)

Als ik in onze tuin wat klusjes doe, heb ik geheid klittende vruchten op mijn kleding zitten. Het gaat hierbij om de vruchten van geel nagelkruid, klit of kleefkruid. Deze hebben weerhaakjes waarmee ze aan vachten van zoogdieren en kleding van mensen blijven zitten. Zo kunnen ze over grote afstanden verspreid worden.

Kleefkruid ‘kleeft’ niet, maar klit. De weerhaakjes (eigenlijk: borstelharen) vind je niet alleen op de vruchten, maar ook op de stengels en in mindere mate op de bladeren. De haakjes zorgen ervoor dat de plant zich met zijn slappe stengels omhoog kan werken tussen andere planten en niet weer naar beneden glijdt.
Op de foto linksonder zie je een detail van de weerhaakjes op een vruchtje. Toen ik zo’n vruchtje (met een doorsnede van 2 mm) met mijn USB-handmicroscoop bekeek, zag ik tussen de weerhaakjes wat bewegen. Er kwam een mijt tevoorschijn die zich blijkbaar veilig voelt tussen die borstelharen.

Kleefkruid is een soort uit de sterbladigenfamilie. Kenmerkend voor deze familie is dat de bladeren in kransen staan. Of eigenlijk: ze staan kruisgewijs tegen over elkaar en bij verschillende soorten komen steunblaadjes voor die net zo groot zijn als de eigenlijke bladeren. De kransen bestaan daardoor (meestal) uit zes blaadjes: twee echte en vier steunblaadjes. De blaadjes van kleefkruid eindigen in een stekelpunt. Kenmerkend voor sterbladigen zijn verder de vierkante stengels.
De witte bloemetjes zijn slechts 2 mm groot en hebben vier kroonblaadjes. Ze staan verspreid langs de stengel. Ook nu nog kun je bloeiend kleefkruid tegenkomen. Er vindt zowel bestuiving door insecten als zelfbestuiving plaats. Eén plant kan meer dan vierhonderd vruchtjes produceren.

Op kleefkruid en andere walstrosoorten komen verschillende gallen voor. Een voorbeeld daarvan is de walstrobladmijt die vergroeiingen zoals op de foto rechtsonder veroorzaakt. Kleefkruid is samen met andere walstrosoorten de waardplant van verschillende vlindersoorten waaronder de zeer tot de verbeelding sprekende kolibrievlinder, ook wel meekrapvlinder genoemd.

Kleefkruid houdt van stikstofrijke bodems. De plant groeit zowel in de zon als in de schaduw. Op een voedselrijke vochtige bodem kan de soort matten vormen waardoor andere planten op die plek geen kans meer krijgen. Dat is bijvoorbeeld te zien op de foto rechtsboven: een slootkant waar alleen kleefkruid heeft gegroeid. De plant vind je vaak samen met brandnetels, dovenetels en fluitenkruid.
Kleefkruid is eenjarig. Vaak komen in het najaar de kiemplantjes al tevoorschijn (foto onderaan).

Tot de sterbladigenfamilie horen ook lievevrouwebedstro en walstrosoorten. Vroeger werd in Nederland meekrap geteeld, een gewas dat oorspronkelijk uit het oostelijke Middellandse Zeegebied komt. Uit de wortelstok hiervan werd een rode kleurstof gewonnen. Voorouders van mijn moeders kant zaten vroeger in de meekrapteelt in West-Brabant en op het eiland Tholen. Overigens vind je de rode kleurstof ook in de wortels van kleefkruid.

Jong kleefkruid is eetbaar en gezond; ik heb het wel eens in een soep gedaan, samen met andere eetbare jonge kruiden. Internet staat vol recepten. Van de geroosterde vruchtjes werd vroeger een soort koffie gemaakt. Er schijnt zelfs cafeïne in te zitten; niet zo gek, want ook de koffieplant hoort tot de familie van de sterbladigen.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢, 𝘕𝘦𝘥𝘦𝘳𝘭𝘢𝘯𝘥𝘴𝘦 𝘰𝘦𝘤𝘰𝘭𝘰𝘨𝘪𝘴𝘤𝘩𝘦 𝘧𝘭𝘰𝘳𝘢, 𝘣𝘰𝘦𝘬 𝘗𝘭𝘢𝘯𝘵𝘦𝘯𝘨𝘢𝘭𝘭𝘦𝘯, 𝘕𝘢𝘵𝘶𝘳𝘦 𝘛𝘰𝘥𝘢𝘺

2 gedachten over “Soort van dag 289: kleefkruid”

Plaats een reactie