(23 oktober 2023)
Een struik die vooral in het najaar opvalt, is de wilde kardinaalsmuts. Niet alleen door de blaadjes die dan mooi rozerood verkleuren, maar ook door de opvallende vruchten waarmee de struik volhangt. Ook de vruchten zijn rozerood en hebben wel wat weg hebben van de hoofddeksels van katholieke kardinalen, vandaar de naam. Als de vruchten opensplijten, komen vier feloranje zaden tevoorschijn die aan een dun draadje bungelen. De zaden zelf zijn wit maar wat je ziet is de oranje zaadrok, een vlezig omhulsel van de zaden. Er zijn veel vogels die op deze zaadrokken afkomen, zoals lijsterachtigen (merels, koperwieken, kramsvogels), mezen en roodborsten. De witte zaden worden onverteerd uitgepoept. Mensen kunnen deze vruchten overigens beter niet eten.
De struik (of kleine boom) bloeit in mei en juni met onopvallende, groengele tot groenig witte, viertallige bloemen. Rond de stamper zit een schijf dat nectar afscheidt en waar allerlei insecten op af komen. De bestuiving vindt plaats door korttongige insecten die de nectar komen oplikken. Op de foto linksonder is een blaaskaakje (een blaaskopvlieg) op een bloem te zien.
Als de struiken hun blad hebben verloren, vallen de groene twijgen goed op. De twijgen voelen vierkant aan door de kurklijsten. Konijnen in de duinen zijn gek op de bast van twijgen. Ze kunnen de takken helemaal rondom afschillen zodat de stammetjes afsterven. De struik reageert hierop door in het voorjaar uit ondergrondse uitlopers veel nieuwe loten te vormen. Zo ontstaan er aaneengesloten bosjes waar reeën graag in schuilen. Door de vraat grijpt ook een parasitaire schimmel zijn kans: de kardinaalsmutsvuurzwam.
Op de foto onderaan zie je vraat aan twijgen in onze tuin van afgelopen winter. Wij hebben geen konijnen en bovendien zaten de vraatsporen te hoog voor deze dieren. Ik denk dat ook muizen er dus van eten.
De struiken zijn waardplanten voor o.a. de aangebrande spanner en de kardinaalsmutsstippelmot. De rupsen van de stippelmot kunnen een struik helemaal kaal vreten en stukken van de struik inspinnen, maar deze herstelt daar weer goed van. Door de groene twijgen van de struik kan de fotosynthese namelijk gewoon doorgaan en rond de langste dag (Sint-Jan) verschijnen er weer nieuwe loten en bladeren. Verder is de kardinaalsmuts de favoriete winterwaardstruik van de zwarte bonenluis.
De struiken komen van nature voor in de Hollandse en Zeeuwse duinen, het rivierengebied en Zuid-Limburg. Elders kun je de struik ook aantreffen omdat hij vaak wordt aangeplant. Je ziet kardinaalsmutsen vaak samen met sleedoorn, eenstijlige meidoorn, wegedoorn en rode kornoelje.
De soort heet ‘wilde’ kardinaalsmuts om hem te onderscheiden van tuinplanten zoals de Japanse kardinaalsmuts (die soms (invasief) kan verwilderen).
Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.
𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘕𝘦𝘥𝘦𝘳𝘭𝘢𝘯𝘥𝘴𝘦 𝘰𝘦𝘤𝘰𝘭𝘰𝘨𝘪𝘴𝘤𝘩𝘦 𝘧𝘭𝘰𝘳𝘢, 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢, 𝘕𝘢𝘵𝘶𝘳𝘦 𝘛𝘰𝘥𝘢𝘺
