Soort van dag 297: ooievaar

(24 oktober 2023)

Vorige week zag ik ooievaars foerageren in de weilanden bij Breukelen (foto rechtsboven). Deze horen tot het kleine deel van de ooievaars dat in ons land overwintert. De rest is in augustus-september naar het zuiden vertrokken.

Iedereen herkent de ooievaar wel: een grote zwart-witte vogel met rode snavel en rode poten. Mannetjes en vrouwtjes zien er gelijk uit. Van ooievaars wordt gezegd dat ze elkaar trouw zijn, maar het schijnt dat ze vooral hun nest(plek) trouw zijn.
Dat nest maken ooievaars op hoge plekken, zowel natuurlijke (in hoge bomen) als door mensen gemaakte (bijvoorbeeld op ooievaarspalen). Op de foto linksonder zie je een ooievaar op zijn nest op landgoed Gooilust bij ’s-Graveland in maart 2022. Ik heb ze ook broedend gezien op de schoorsteen van het gebouw van BSO Natuurfontein in het Westerpark in Amsterdam waar ik destijds werkte. Een bekend beeld zijn de ooievaarsnesten op hoogspanningsmasten langs de snelweg bij Lelystad.

De voortplanting van ooievaars hoeft tegenwoordig voor ons geen geheimen meer te kennen: er zijn veel livestreams waarmee we die kunnen volgen. Hier zie je een samenvatting van het broeden van ooievaars in Rottige Meente dit voorjaar.
In februari keren de ooievaars terug naar de nestplek. Ze maken een nieuw nest, baltsen en paren. In april wordt er gebroed. De jongen zitten een kleine twee maanden op het nest. Als ze zijn uitgevlogen, worden ze nog een paar dagen bijgevoerd door hun ouders.
Ooievaars eten regenwormen, kikkers, muizen, mollen, jonge vogels, aas en insecten. Ze zoeken hun voedsel vooral in natte weilanden met poelen en slootjes. De overwinteraars halen bij vorst en sneeuw voedsel in stedelijk gebied en bij speciale bijvoederplaatsen.

Vorige eeuw nam het aantal ooievaars sterk af door intensivering van de landbouw en het gebruik van pesticiden. Aan het begin van de 20e eeuw waren er vijfhonderd broedparen; rond 1970 waren het nog maar tien. Daarom startte de Vogelbescherming in 1969 een herintroductie- en fokprogramma vanuit ooievaarsdorp Het Liesveld in de Alblasserwaard. Het begon met vijftien gekortwiekte ooievaars. Jongen werden naar buitenstations gebracht waar het fokprogramma werd voortgezet. Het doel van het programma was aanvankelijk om zoveel mogelijk jongen groot te brengen, later kwam de verbetering van het leefgebied centraal te staan. In 2003 waren er weer net zoveel ooievaars als een eeuw daarvoor. In 2009 is het fokprogramma afgesloten. Hier kun je meer lezen over de geschiedenis van het fokprogramma.
Het aantal broedpaar is na 2003 nog verder toegenomen. In 2022 waren het er 1650. Ze zijn nu door het hele land te zien, niet meer alleen in de buurt van ooievaarsstations. Sommige mensen vinden overigens dat er inmiddels te veel ooievaars zijn, want ze zouden schadelijk zijn voor de weidevogels.

Na het broedseizoen verzamelen ooievaars zich in grote groepen, aangevuld met ooievaars uit Scandinavië en Duitsland. De jongen vertrekken allemaal en blijven de eerste twee tot vier jaar in hun overwinteringsgebied tot ze geslachtsrijp zijn. Daarna trekken ze jaarlijks na het broeden weg en sommige vogels blijven. Dat heeft o.a. met al dan niet bijvoeren te maken. In 1995 overwinterde nog 90% van de volwassen vogels in ons land, tegenwoordig 20%.
Ooievaars vliegen vooral op thermiek (warme opstijgende lucht) naar het zuiden. Omdat boven zee geen thermiek is, nemen ze bij de Middellandse Zee de kortste oversteek naar Afrika, namelijk bij Gibraltar. Andere Europese vogels vliegen via de Bosporus. Er zijn ook vogels die in Spanje blijven waar ze op vuilnisbelten genoeg te eten vinden.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘷𝘰𝘨𝘦𝘭𝘣𝘦𝘴𝘤𝘩𝘦𝘳𝘮𝘪𝘯𝘨.𝘯𝘭, 𝘴𝘰𝘷𝘰𝘯.𝘯𝘭, 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢, 𝘰𝘰𝘪𝘦𝘷𝘢𝘢𝘳𝘴.𝘦𝘶

Plaats een reactie