Soort van dag 298: russula’s

(25 oktober 2023)

Van het geslacht russula vormen alle soorten mycorrhiza’s met bomen (zie voor uitleg over mycorrhiza’s bij de vliegenzwam). In ons land komen zo’n 125 soorten russula’s voor. Welke waar te vinden zijn, hangt af van de bomen die er groeien, en van de bodem.

Op zich is een russula als zodanig makkelijk te herkennen. De paddenstoel bestaat uit een hoed en een vrij dikke steel. De hoeden zijn vaak opvallend gekleurd en contrasteren met de meestal witte steel. Een ring en een beurs ontbreken. Kenmerkend is dat de steel van een russula breekt als een krijtje. (Dat doet de steel van een melkzwam ook, maar die heeft daarnaast ook nog melksap.)
Maar dan… welke russula heb je precies gevonden? Als je gewoon wilt genieten, is dat niet zo van belang. Maar wil je een bijdrage leveren aan de kennis over de verspreiding van russula’s in ons land, dan is een naam nodig. En die krijg je niet door er alleen maar naar te kijken.

Ik ben bezig met een basiscursus paddenstoelen, georganiseerd door de mycologische vereniging. Ook de russula’s kwamen aan de orde. Als huiswerkopdracht moesten we twee verschillende russula’s beschrijven en zo mogelijk op naam brengen. Dat kan alleen als je een russula plukt.
Op zich ben ik niet zo’n voorstander van paddenstoelen plukken: ook andere mensen moeten er van kunnen genieten en er zijn allerlei dieren die ervan eten. Russula’s bijvoorbeeld worden graag door (naakt)slakken gegeten. Voor wetenschappelijke en educatieve doeleinden mag je een exemplaar plukken, is het standpunt van de mycologische vereniging. (Overigens is het niet schadelijk voor de zwam: je kunt het plukken van paddenstoelen vergelijken met het pukken van appels. De zwamvlok blijft gewoon bestaan, net zoals de appelboom.)

Bij het op naam brengen van een russula gebruik je al je zintuigen. Allereerst kun je aan het ‘knappen’ van de steel horen of je met een russula (of melkzwam) te maken hebt. Verder kijk je natuurlijk naar allerlei visuele kenmerken van hoed, steel en lamellen. Ook kijk je naar de omgeving: bij welke bomen staat hij. Verder voel je eraan: is de hoed droog of plakkerig. Veel russula’s hebben een karakteristieke geur, bijvoorbeeld die van rotte vis, latex, camembert of abrikozen. En tenslotte moet je een stukje proeven (en uitspugen). Voor het eerst dat ik een stukje van een ‘wilde’ paddenstoel in mijn mond stopte om te proeven of die mild, pittig of scherp smaakt.
Verder is het belangrijk om een sporenfiguur te maken. Daarvoor moet je wel een exemplaar mee naar huis nemen. De hoed leg je onder een glas op een blad papier. De volgende dag kun je zien welke kleur de sporen hebben. Bij russula’s varieert dat van wit tot donker okergeel.

Met al die waarnemingen en een boek met determinatiesleutels kun je vervolgens op zoek gaan naar de juiste naam van jouw russula. Het is wel goed om het daarna te controleren aan de hand van beschrijving. Geur en smaak zijn bijvoorbeeld subjectief.
Een van de russula’s die ik heb onderzocht, zie je op de foto linksboven, met zijn sporenfiguur ernaast. Heel kenmerkend waren de geur (fris; geur van latex) en de kleur van de sporen (donkergeel). Ik kwam uit op de kleibosrussula. Dat klopte met de bomen die er stonden (m.n. eik) en de bodem.

Op de andere foto’s zie je russula’s die ik al eerder eens gefotografeerd heb. Met ObsIdentify zijn die dus niet op naam te brengen.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘮𝘺𝘤𝘰𝘭𝘰𝘨𝘦𝘯.𝘯𝘭, 𝘣𝘢𝘴𝘪𝘴𝘤𝘶𝘳𝘴𝘶𝘴 𝘱𝘢𝘥𝘥𝘦𝘯𝘴𝘵𝘰𝘦𝘭𝘦𝘯, 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢, 𝘝𝘦𝘭𝘥𝘨𝘪𝘥𝘴 𝘗𝘢𝘥𝘥𝘦𝘯𝘴𝘵𝘰𝘦𝘭𝘦𝘯 𝘐

2 gedachten over “Soort van dag 298: russula’s”

Plaats een reactie