(1 november 2023)
Het winterhalfjaar is bij uitstek de tijd om ganzen te kijken, iets wat wij graag doen. Bij ons in de buurt hebben we de eerste kolganzen alweer gezien. Een gans die vanaf eind september arriveert, is de rotgans. Hij heeft er dan een reis van vijfduizend kilometer op zitten die hij in etappes heeft afgelegd. In oktober en november komen de grote aantallen aan waarvan de meeste doortrekken naar Engeland en de Franse kust.
In ons land verblijven de rotganzen overwegend in het Deltagebied en rondom de Waddenzee. In het voorjaar verzamelen ze zich in het Waddengebied. Ze eten zich daar vol voor hun reis naar hun broedgebieden buiten Europa, op de Siberische toendra’s. Pas eind mei of zelfs begin juni vertrekken ze. Bij aankomst hebben ze twee maanden de tijd om zich voort te planten, want de zomer in Siberië is maar kort.
Rotganzen zijn vrij klein, niet veel groter dan een wilde eend. De voornaamste uiterlijke kenmerken zijn de zwarte kop, snavel en hals, de grijsbruine buik en rug en het witte achterlijf. Aan weerszijden van hun nek hebben ze een witte vlek.
Er komen verschillende (onder)soorten voor: witbuikrotgans, (zwartbuik)rotgans en zwarte rotgans. Elke (onder)soort heeft zijn eigen broedgebied. Bij ons zie je vooral de (zwartbuik)rotgans.
De naam van de vogel dankt hij aan het geluid dat hij maakt, een soort grommend rôt, rôt, rôt. Hier kun je het horen: https://www.vogelgeluid.nl/rotgans/.
In hun broedgebieden eten rotganzen o.a. mossen, korstmossen en grassen. Bij ons waren ze tot de jaren ’30 in de winter vooral te vinden op zeegrasvelden. Het zeegras is door een schimmelziekte grotendeels uit onze wateren verdwenen. Daarna weken de vogels uit naar de kwelders en het boerenland. Ze eten nu vooral gras, oogstresten, wieren en kwelderplanten.
Er overwinteren enkele tienduizenden rotganzen in ons land. Dat aantal verschilt per jaar en hangt samen met het broedsucces. Dat broedsucces hangt weer samen met het aantal lemmingen, een woelmuissoort, in de broedgebieden. In jaren met veel lemmingen laten predatoren zoals poolvossen en sneeuwuilen de nesten van de rotganzen met rust. Lemmingenpieken traden tot de eeuwwisseling om de drie à vier jaar op. Maar die cyclus is verstoord. Waarschijnlijk hebben de lemmingen te lijden van de klimaatverandering: ze maken namelijk hun nest onder het sneeuwdek. Het aantal overwinterende rotganzen nam daardoor af, maar lijkt nu te stabiliseren. Er zijn ook weer jaren geweest met veel jonge rotganzen. Volgens Nature Today zijn de rotganzen dit jaar laat. En dat zou kunnen samenhangen met een goed broedseizoen. Rotganzen die jongen hebben grootgebracht, vertrekken namelijk later dan rotganzen zonder jongen.
Op de foto rechtsonder zie je dobberende rotganzen op de Oosterschelde. De overige foto’s zijn in 2022 op Ameland genomen. Op de foto rechtsboven worden ze vergezeld door een paar roodhalsganzen, een zeldzame wintergast in ons land. Ook de roodhalsganzen broeden op de Siberische toendra’s maar overwinteren vooral rond de Zwarte Zee, Kaspische zee en het Oeralmeer.
Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.
𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘷𝘰𝘨𝘦𝘭𝘣𝘦𝘴𝘤𝘩𝘦𝘳𝘮𝘪𝘯𝘨.𝘯𝘭, 𝘴𝘰𝘷𝘰𝘯.𝘯𝘭, 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢, 𝘕𝘢𝘵𝘶𝘳𝘦 𝘛𝘰𝘥𝘢𝘺

Eén gedachte over “Soort van dag 305: rotgans”