(13 november 2023)
In onze tuin heeft de Gelderse roos nu prachtige herfstkleuren en de struiken hangen vol met rode bessen. Deze struik heeft een verwarrende naam, want het is helemaal geen roos. Het is familie van de vlier. Een oudere naam is ‘watervlier’. Toepasselijk, want de struik staat graag op vochtige plaatsen: bodems die niet te nat zijn maar ook niet uitdrogen. Je vindt de struik van nature door het hele land, behalve in echte veengebieden en op zeeklei. Hij kan daar natuurlijk wel aangeplant zijn, zoals bij ons in de tuin.
Gelderse roos hoort tot het geslacht Viburnum, dat in het Nederlands sneeuwbal heet. Hiertoe hoort een aantal geliefde tuinplanten, waaronder de wollige sneeuwbal die overigens ook inheems is (op droge, kalkrijke grond).
De witte bloemen van de Gelderse roos staan in vlakke tuilen. Als je goed kijkt, zie je twee soorten bloemen (foto linksboven). De randbloemen zijn relatief groot en hebben als taak om insecten te lokken. Meeldraden en stampers ontbreken. De kleine bloemen middenin zijn de vruchtbare bloemen. Kevers, zweefvliegen en ook enkele vlindersoorten komen hier nectar en stuifmeel halen. De struik bloeit eind mei, begin juni.
De vruchten zijn knalrood en blijven lang hangen. Bij ons in de tuin hangen soms in het voorjaar de verschrompelde velletjes nog aan de struik. De bessen zijn namelijk erg bitter en ze ruiken ook nog eens onaangenaam muf. Vogels mijden de vruchten in eerste instantie. Maar als ze eenmaal bevroren zijn geweest, eten lijsters en merels er wel van. Vogels die bekend staan als liefhebbers van deze vruchten, zijn de pestvogels. Bij ons vorige huis hebben we eens een groep in onze tuin gehad, samen met een paar spreeuwen. Pestvogels broeden in Noord-Europa en komen in sommige winters massaal naar ons land als er in het noorden niet genoeg bessen zijn.
Een insect dat algemeen op Gelderse roos gevonden wordt, is het sneeuwbalhaantje dat het blad tot op de nerven kan opeten (foto linksonder). Ook enkele vlinders en bladluizen zijn gespecialiseerd op Gelderse roos, maar ze zijn ook op de wollige sneeuwbal te vinden. Op de foto naast het sneeuwbalhaantje zie je de eieren van de snuitkeverschildwants op de onderkant van een blad van de Gelderse roos. Deze wantsen eten niet van de plant maar jagen op kevers en hun larven, dus ook op sneeuwbalhaantjes.
Op de foto rechtsonder zie je een vergroeiing van een tak van de Gelderse roos, veroorzaakt door een bacterie. Deze bacterie (Agrobacterium tumefaciens) die op veel meer soorten bomen en struiken voorkomt, zet de cellen aan tot onbeperkte celdeling. De ontwikkeling van deze tumoren vraagt veel energie van de plant en dat heeft invloed op groei, bloei en vruchtontwikkeling. Het ziektebeeld wordt kroongalziekte genoemd.
Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.
𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘕𝘦𝘥𝘦𝘳𝘭𝘢𝘯𝘥𝘴𝘦 𝘖𝘦𝘤𝘰𝘭𝘰𝘨𝘪𝘴𝘤𝘩𝘦 𝘍𝘭𝘰𝘳𝘢, 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢
