(15 november 2023)
Vandaag is het de Nationale Boomfeestdag. Hiermee wordt de opening van het boomplantseizoen gevierd. Eind maart wordt die weer afgesloten.
Bomen planten hebben mensen altijd gedaan, vooral ‘nuttige’ bomen: bomen die ons vruchten en (constructie)hout leveren. Deze bomen waren (en zijn) niet altijd van oorsprong inheems (inheems wil zeggen: ze hebben zich op eigen kracht hier gevestigd). Een soort die mogelijk al voor de Romeinse tijd in onze streken werd aangeplant, is de tamme kastanje. Deze komt oorspronkelijk uit Zuid-Europa. De Romeinen hebben deze vervolgens verder verspreid.
Tamme kastanje is daarmee een zogenaamde archeofyt: een plant die zich voor 1492 met behulp van de mens hier gevestigd heeft. 1492 is het jaar waarin Columbus Amerika ‘ontdekte’; daarna kwamen nog veel meer soorten onze kant op (en vice versa). Soorten die na 1492 zijn geïntroduceerd, worden neofyten of exoten genoemd. Archeofyten worden als inheems beschouwd. Andere voorbeelden van archeofyten zijn korenbloem, zevenblad en cichorei.
Tamme kastanje is verwant aan beuk en eik. Ze horen tot de napjesdragers. Deze bomen hebben mannelijke en vrouwelijke katjes. De bloemen worden vooral door de wind bestoven. Kenmerkend is het napje, een uitgroeisel aan de voet van de vrouwelijke bloemen. Dit napje omsluit de vruchten. In het geval van de tamme kastanje is deze erg stekelig en zitten er meerdere vruchten in. In elke vrucht zit één zaad met twee grote zaadlobben. Deze bevatten reservevoedsel voor de nieuwe boom. Deze vruchten worden vanwege de voedingswaarde door allerlei dieren (en mensen) gegeten.
De meeste napjesdragers leven met een breed scala aan schimmels samen (de mycorrhizapaddenstoelen). Volgens de Nederlandse oecologische flora is de tamme kastanje in ons land opvallend arm aan dergelijke paddenstoelen. Ik ben op zoek gegaan maar kon inderdaad geen soorten vinden waarbij de tamme kastanje specifiek genoemd wordt. Althans: in onze streken. Toch zijn er soorten die ook bij tamme kastanje voorkomen, zoals de cantharel (hanenkam).
Er is een exotische, parasitaire schimmel die kastanjekanker veroorzaakt. Aangetaste bomen moeten volgens EU-richtlijnen direct worden vernietigd om verdere verspreiding te voorkomen.
Op tamme kastanje kun je verschillende insecten vinden die specifiek deze boom als gastheer hebben, zoals een snuitkever en een bladroller. Sinds 2010 komt de tamme-kastanjegalwesp in ons land voor; een exoot uit China. Deze kunnen schijnbaar de boom zodanig aantasten dat ze verzwakken. Verder komen op tamme kastanjes allerlei insecten voor die je op meerdere soorten bomen kunt vinden, vooral op de verwante eiken.
In ons land vind je de tamme kastanje vooral in wat heuvelachtige gebieden zoals de Veluwezoom, Rijk van Nijmegen en Zuid-Limburg. De boom groeit het beste op kalkarme, matige voedselrijke en vochtige bodems. Ook kent ons land een aantal monumentale tamme kastanjes. Een mooi staat bij de Gasthuishof in Venlo (foto linksboven). Kastanjes kunnen honderden jaren oud worden. Op de foto rechtsboven zie je hakhout van tamme kastanje in de Périgord (Frankrijk). Door de bomen als hakhout te beheren kon men steeds de sterke en buigzame jonge scheuten blijven oogsten.
Naast de tamme kastanje kennen we natuurlijk ook de (witte) paardenkastanje (ten onrechte wel wilde kastanje genoemd). Deze twee soorten zijn totaal niet verwant aan elkaar. Paardenkastanjes zijn veel recenter ingeburgerd en worden dus niet als inheems beschouwd.
Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.
𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘕𝘦𝘥𝘦𝘳𝘭𝘢𝘯𝘥𝘴𝘦 𝘰𝘦𝘤𝘰𝘭𝘰𝘨𝘪𝘴𝘤𝘩𝘦 𝘧𝘭𝘰𝘳𝘢, 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢, 𝘕𝘢𝘵𝘶𝘳𝘦 𝘛𝘰𝘥𝘢𝘺
