(16 november 2023)
In een bericht van Nature Today uit 2009 las ik dat november een goede maand is om in Nederlandse sloten op zoek te gaan naar vissen. Het water is vaak helder en bovendien zijn de vissen trager door de lagere temperaturen. Ook de snoek moet je dan vanaf de waterkant kunnen zien. Een ander moment waarop je, zonder hengel, snoeken kunt zien is in de paaitijd. Afhankelijk van de watertemperatuur paaien ze van maart tot mei. Dat doen ze in ondiep water en ondergelopen weilanden.
Snoeken zijn niet moeilijk te herkennen. Ze zijn lang en smal, met een grote kop en een platte, brede bek. Zijn onderkaak is langer dan zijn bovenkaak. Hun rugvin zit ver naar achteren, vlak bij de gevorkte staartvin. De zijkanten zijn gevlekt. Een vrouwtjessnoek kan wel 1,40 meter lang worden. Bij ons in de buurt worden meestal snoeken van 40-75 cm lengte gevangen.
Jonge snoekjes (tot zo’n 10 cm lengte) eten vooral hele kleine waterdiertjes. Daarna gaan ze over op vis. Maar ze eten eigenlijk alles wat er in de sloot zwemt en in hun bek past. Dat kunnen ook kikkers, jonge vogels en kleine zoogdieren zoals ratten zijn. Bij zijn jacht op prooien hangt een snoek stil in het water. Ziet hij een prooi, dan schiet hij met een flinke slag van zijn staart naar voren. Kleine snoekjes verstoppen zich tussen de waterplanten om te jagen, maar ook om zich te verschuilen voor grotere roofvissen zoals volwassen snoeken. Want snoeken zijn kannibalen.
Helder water met waterplanten met veel andere vissen is dus van levensbelang voor snoeken. Daarom is hun voorkomen een graadmeter voor de waterkwaliteit.
Snoeken zijn roofvissen die in bijna alle watertypen voorkomen. Roofvissen eten vissen en gewervelde dieren. Andere roofvissen in onze zoete wateren zijn snoekbaars, meerval, roofblei, baars, paling, forel en pos. Veel soorten hebben tanden. De snoek heeft er wel zevenhonderd.
De snoek is de toppredator van ons land. In de tweede helft van de vorige eeuw waren onze wateren troebel door watervervuiling en te voedselrijk water. Hierdoor ging het niet goed met de snoek. De snoekbaars heeft toen de rol van toppredator tijdelijk overgenomen. De snoekbaars is een exoot die sinds het einde van de 19e eeuw is uitgezet ten behoeve van de beroeps- en sportvisserij. Snoekbaarzen jagen juist in troebel water en ze staan op het menu van de snoek. Een duidelijk verschil tussen een snoek en een snoekbaars is, dat een snoekbaars twee rugvinnen heeft en een snoek maar één. Momenteel is de snoek weer terug als toppredator en neemt het aantal snoekbaarzen af.
Snoeken worden door verschillende visetende vogels gevangen: aalscholvers, futen, reigers, zaagbekken, visarenden en ijsvogels.
Ik heb zelf geen foto’s van snoeken. Daarom heb ik Kees de Vries (sportvisser, voorzitter van HSV Wilnis) om foto’s gevraagd. Bij de onderste foto’s zie je een klein snoekje (10 cm) en een klein snoekbaarsje.
Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.
𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘳𝘢𝘷𝘰𝘯.𝘯𝘭, 𝘩𝘴𝘷𝘸𝘪𝘭𝘯𝘪𝘴.𝘯𝘭, 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢, 𝘴𝘱𝘰𝘳𝘵𝘷𝘪𝘴𝘴𝘦𝘳𝘪𝘫𝘯𝘦𝘥𝘦𝘳𝘭𝘢𝘯𝘥.𝘯𝘭, 𝘕𝘢𝘵𝘶𝘳𝘦 𝘛𝘰𝘥𝘢𝘺
