Soort van dag 330: stuifballen en stuifzwammen

(26 november 2023)

Ons land kent verschillende groepen stuivende zwammen. Ze horen allemaal tot de buikzwammen. Bij deze zwammen worden de sporen in het bolvormige vruchtlichaam gevormd. Als ze rijp zijn, komen ze bij aanraking naar buiten. Twee groepen stuivende buikzwammen zijn al aan de orde geweest: aardappelbovisten en aardsterren. Dan blijven nog over: bovisten, stuifzwammen, stuifballen en nestzwammetjes. Het zijn allemaal opruimers.

Ook de stinkzwammen horen tot de buikzwammen maar verspreiden hun sporen op een andere manier.

(Echte) bovisten zijn bolvormig en hebben geen steel (hooguit een hele korte). Als ze rijp zijn, laten de vruchtlichamen makkelijk los. De rijpe sporen komen door een gat bovenin naar buiten. In ons land komen zeven soorten voor. Er zijn ook soorten die bovist genoemd worden, maar tot een ander geslacht horen.

Bij nestzwammetjes worden de sporen in eivormige lichaampjes gevormd die in een nestvormige beker zitten. De zwammetjes worden hooguit één cm hoog. Ik heb ze nog nooit gezien. Ze schijnen zelfs in bloempotten te zitten, dus ik moet wat beter opletten.

Stuifballen vind je vooral in de kustduinen. Ze bestaan uit een bolletje en een lange steel die vaak in het zand verzonken ligt. Stuifballen vind je altijd in mos. Ze leven van afgestorven graswortels en dood mos. Nieuwe (verse) exemplaren vind je in november en december. Omdat ze niet snel vergaan, kun je stuifballen het hele jaar tegenkomen. In ons land komen vier soorten voor.

Op de foto linksboven zie je de gesteelde stuifbal. Deze komt vrij algemeen voor en groeit vaak te midden van het mos groot duinsterretje. De mondopening heeft een tuitje en is gaafrandig. De steel is lichtbruin of bruingrijs.

Op de foto rechtsboven zie je een andere soort, namelijk de ruwstelige stuifbal. Hierbij ontbreekt het tuitje en de mondopening is wat rafelig. Deze vind je vooral bij klauwtjesmossen.

Rechtsonder zie je een parelstuifzwam. Soorten uit het geslacht waartoe de parelstuifzwam behoort, zijn allemaal omgekeerd peervormig en hebben bovenop een gat waaruit de rijpe sporen komen. In totaal komen van dit geslacht in ons land tien soorten voor.

Parelstuifzwammen zijn eerst wit, later worden ze bruin. De jonge vruchtlichamen zijn bedekt met korte, witte stekeltjes (wratten) die later deels afvallen. De parelstuifzwam komt zeer algemeen voor in loofbossen en wegbermen op zandgronden. Ze worden 10 cm hoog.

Dan is er nog een geslacht van stuifzwammen waarbij de bovenkant kratervormig openscheurt als de sporen rijp zijn. Uiteindelijk blijft alleen de papierachtige, bekervormige basis van de paddenstoel over. Die kun je tot in de zomer erna nog vinden. Er komen drie soorten van dit geslacht in ons land voor: plooivoetstuifzwam, ruitjesbovist en reuzenbovist.

Van de reuzenbovist heb ik geen foto, maar deze is onmiskenbaar. Deze komt voor op ruigtes en in bemeste weilanden; het vruchtlichaam kan een doorsnede hebben van een halve meter.

In het midden zie je twee stadia van de plooivoetstuifzwam. Dit is een zeer algemene soort die je in het hele land op zandgronden kunt tegenkomen. Het vruchtlichaam heeft een duidelijke bol en steelgedeelte. Op de overgang van steel naar bol zitten plooien. Jonge exemplaren zijn wit, bedekt met witte schubjes die later afvallen. Later worden ze grijsbruin. Ze worden maximaal 15 cm hoog.

Linksonder zie je een jonge ruitjesbovist. Kenmerkend zijn de hoekige witte schubjes op het vruchtlichaam. Ze zijn eerst wit maar worden al snel grijs en vervolgens bruin. De vruchtlichamen worden 5-15 cm groot. Je ziet ze alleen of in groepjes op matig bemeste graslanden op de zandgronden. Het is daar een zeer algemeen voorkomende soort.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢, 𝘝𝘦𝘭𝘥𝘨𝘪𝘥𝘴 𝘗𝘢𝘥𝘥𝘦𝘯𝘴𝘵𝘰𝘦𝘭𝘦𝘯 𝘐𝘐, 𝘷𝘦𝘳𝘴𝘱𝘳𝘦𝘪𝘥𝘪𝘯𝘨𝘴𝘢𝘵𝘭𝘢𝘴.𝘯𝘭, 𝘣𝘢𝘴𝘪𝘴𝘤𝘶𝘳𝘴𝘶𝘴 𝘱𝘢𝘥𝘥𝘦𝘯𝘴𝘵𝘰𝘦𝘭𝘦𝘯

Plaats een reactie