Soort van dag 333: kleine wintervlinder

(29 november 2023)

Fruitbomen zijn belangrijke waardplanten voor diverse soorten vlinders waaronder een aantal spanners. Een voorbeeld van zo’n spanner is de kleine wintervlinder, een vlinder die actief is bij temperaturen rond het vriespunt. De kleine wintervlinder gebruikt allerlei loofbomen als waardplant en heeft een voorkeur voor eik en appel. Ze komen overal in ons land voor, vooral op de zandgronden.

Spanners zijn nachtvlinders waarvan de meeste soorten ’s nachts actief zijn. De naam ‘spanner’ verwijst naar de manier van voortbewegen van de rups. Het middendeel van het lichaam heeft geen poten en daarom vormen ze boogjes als ze lopen. In ons land komen zo’n driehonderd soorten spanners voor.
Bij verschillende soorten hebben de vrouwtjes geen of nauwelijks ontwikkelde vleugels. Dat is ook het geval bij de kleine wintervlinder. De vrouwtjes lopen liever want dat kost minder energie dan vliegen. Om die reden kunnen ze ook in november en december actief zijn. Dat heeft een groot voordeel: er vliegen nu geen vleermuizen rond die graag een vlindertje verschalken. Dat er nauwelijks bloemen zijn in deze tijd van het jaar is geen probleem: kleine wintervlinders eten als vlinder helemaal niets. Nog een voordeel van vleugelloze vrouwtjes is, dat ze hun eieren afzetten op de boom waar ze zelf zijn groot geworden. Dat betekent dat de eitjes op het juiste moment uit zullen komen, namelijk als het blad ontluikt. Dat moment verschilt per boom, ook van dezelfde soort.
Op de foto linksboven zie je de rups van een voorjaarsspanner. Ook van deze soort hebben de vrouwtjes geen vleugels. De mannetjes vliegen vanaf februari.

Het zijn dus de mannetjes van de kleine wintervlinder die je ziet vliegen. Het schijnt dat je ze dan soms met tientallen exemplaren tegelijk kunt zien. Ik was vorig jaar al blij dat ik er een paar op een appelboom in onze tuin zag (foto’s rechts). Dit jaar heb ik ze nog niet gezien. Toch ben ik al een paar keer hiervoor naar buiten gegaan en heb ik, gewapend met een zaklamp, de boomstammen afgespeurd. Het beste moment om ze waar te nemen is vanaf een uur na zonsondergang.

Zowel mannetjes als vrouwtjes kruipen tussen eind oktober en eind december uit de grond. De vrouwtjes klimmen omhoog, in de hoop dat een mannetje ze opmerkt. Mannetjes vinden de vrouwtjes op geur. Na de paring kruipt het vrouwtje verder omhoog en legt haar 150 eitjes boven in de boom, aan het uiteinde van een tak op de bladknoppen of in schorsspleetjes. De eitjes komen pas in het voorjaar uit als de knoppen zich openen. De rupsjes eten van het ontluikende blad en later als ze groter zijn ook van ouder blad, bloemknoppen en jonge vruchten. Als er veel kleine wintervlinders zijn, kunnen bomen helemaal kaal gegeten worden.
Begin juni laten de rupsen zich aan een draadje op de grond zakken. Vervolgens blijven ze als pop in de grond zitten, op een diepte van 8 à 10 cm, tot ze in het najaar hun leven als vlinder bovengronds voortzetten.
De mannetjes zijn 1,5 cm lang en grijsbruin van kleur. De vrouwtjes zijn veel kleiner: 6 mm. De rupsen worden 2 cm lang en zijn geelgroen van kleur met een onduidelijke donkere streep over de rug en aan weerszijden van het lichaam drie lichte strepen.

Rupsen van kleine wintervlinders zijn belangrijk voedsel voor insectenetende zangvogels en hun jongen. Zij zorgen voor de ‘rupsenpiek’ en bepalen mede of een broedseizoen slaagt of mislukt. Door klimaatverandering kwamen de rupsen eerder uit hun ei terwijl er nog geen blad aan de boom zat. Dus er was geen voedsel voor ze. Dat had ook weer gevolgen voor de vogels. Inmiddels hebben de rupsen zich aangepast: bij dezelfde hogere temperatuur komen ze nu later uit het ei.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats. De kleine wintervlinder is voorgedragen door Margo Slot.

𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘷𝘭𝘪𝘯𝘥𝘦𝘳𝘴𝘵𝘪𝘤𝘩𝘵𝘪𝘯𝘨.𝘯𝘭, 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢, 𝘮𝘪𝘫𝘯𝘵𝘶𝘪𝘯.𝘰𝘳𝘨, 𝘕𝘢𝘵𝘶𝘳𝘦 𝘛𝘰𝘥𝘢𝘺, 𝘯𝘦𝘮𝘰𝘬𝘦𝘯𝘯𝘪𝘴𝘭𝘪𝘯𝘬.𝘯𝘭

Eén gedachte over “Soort van dag 333: kleine wintervlinder”

Plaats een reactie