Soort van dag 334: groene en zwarte specht

(30 november 2023)

Er komen in ons land twee spechtensoorten voor die verzot zijn op mieren: de groene en de zwarte specht. Beide zijn standvogels, dus ze broeden bij ons en blijven ook in de winter hier. Ze zijn allebei groter dan de meer algemeen voorkomende grote bonte specht. Haviken zijn hun vijanden. Uiteraard zijn er ook verschillen tussen deze twee spechtensoorten.

De groene specht is goed te herkennen. Hij is olijfgroen met een zwart masker en een rood petje. Hij heeft een opvallende, lachende roep. Ook zijn vlucht is kenmerkend: een golvende vlucht die bestaat uit drie à vier vleugelslagen, gevolgd door een korte glijvlucht met dichtgevouwen vleugels.
Vergeleken met andere spechten is zijn snavel zwak; hij kan er alleen zacht hout mee bewerken. Het nest hakt hij daarom uit in populieren of in ingerotte delen van bomen met harder hout. Het nest wordt meerdere jaren achtereen gebruikt. De groene specht roffelt minder vaak en minder luid dan andere spechtensoorten.
Groene spechten verzamelen hun voedsel op de grond. Ze eten overwegend mieren, met een voorkeur voor bosmieren. In hun zoektocht naar mieren hakken ze in de grond en graven ze met hun poten in mierenhopen. Groene spechten hebben een kleverige tong van ongeveer tien centimeter, met kleine weerhaken aan het uiteinde. Hiermee likken ze de mieren en hun larven en cocons op. Meer informatie over groene spechten en mieren vind je hier.
Groene spechten komen vrij algemeen voor, vooral in het zuiden en oosten van ons land. Er zijn zo’n 10.000 broedparen. Ze hebben een voorkeur voor kleinschalige cultuurlandschappen met veel oude bomen, bosranden en duingebieden. Ook in tuinen worden ze wel gezien. Op de Waddeneilanden komen ze niet voor. In sneeuwrijke winters sterven veel groene spechten omdat ze dan moeilijk mieren kunnen vinden. Wegtrekken naar sneeuwvrije gebieden doen ze niet.

Ook zwarte spechten zijn makkelijk te herkennen: zwart met een rode kruin. Hun forse snavel is grijs. Het is de grootste spechtensoort van Europa, met de grootte van een zwarte kraai. Zwarte spechten vliegen in een rechte lijn en niet golvend zoals andere spechten. Ze zitten ook wel op de grond om te foerageren, maar bewegen zich daar onhandiger voort dan groene spechten. De zwarte specht heeft een zware en harde roffel die wel vergeleken wordt met een mitrailleur. Hun roep klinkt luid en klagend.
Ze komen pas sinds het begin van de 20e eeuw in ons land voor. Er werden toen veel productiebossen met naaldbomen aangeplant en hier kunnen de vogels hun voedsel vinden. Ze eten graag houtmieren die ze uit stobben en (liggend) dood hout halen. Daarnaast eten ze ook keverlarven, bijvoorbeeld van boktorren, die ze uit bomen hakken. Elk jaar hakken ze een nieuw nest uit. Dat doen ze in levende dikke loofbomen, vooral in beuken. De oude holen worden gebruikt door o.a. bosuilen, eekhoorns en boommarters.
De kans om een zwarte specht te zien is op de Veluwe of de Utrechtse Heuvelrug het grootst. Het exemplaar op de foto zagen we, in de verte, op landgoed Het Lankheet bij Staverden. Zwarte spechten zijn erg schuw. Zodra ze een mens zien, verstoppen ze zich aan de andere kant van de boom of vliegen ze weg. Daarnaast hebben ze een groot territorium. En er zijn er niet zoveel van. Ons land telt 1.100 broedparen.
Zwarte spechten nemen regelmatig een mierenbad. Ze laten dan mieren over hun verenkleed lopen. Het mierenzuur van de mieren is een afweermiddel tegen parasieten en schimmels.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats. De groene specht is voorgedragen door Sander Uiterwijk.

𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘷𝘰𝘨𝘦𝘭𝘣𝘦𝘴𝘤𝘩𝘦𝘳𝘮𝘪𝘯𝘨.𝘯𝘭, 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢, 𝘕𝘢𝘵𝘶𝘳𝘦 𝘛𝘰𝘥𝘢𝘺

Plaats een reactie