Soort van dag 338: jeneverbes

(4 december 2023)

Een van de drie inheemse naaldbomen in ons land is de jeneverbes. Je vindt ze vooral op droge heiden en stuifzanden in het zuiden en het oosten van het land. Ook komen ze voor in de duinen van Noord-Holland en op Texel en Vlieland. Jeneverbessen zijn zeer beeldbepalend, zeker in de winter. Aan het eind van de laatste IJstijd had de jeneverbes haar beste tijd, nu staat de soort als enige houtachtige op de Nederlandse Rode Lijst als gevoelig.
De bessen van de jeneverbes worden voor allerlei toepassingen gebruikt. Zo geven ze smaak aan jenever en gin. Gedroogd worden de bessen gebruikt in stoofgerechten en zuurkool. Verder hebben diverse delen van de plant een geneeskrachtige werking.

De jeneverbes is een wintergroene, kleine boom of struik met blauwgroene naalden. Deze staan in kransen van drie en zijn priemvormig met een scherpe punt. De boompjes zijn tweehuizig: dus of met mannelijke bloemen of met vrouwelijke bloemen. Ze bloeien in april-mei. Je kunt dan grote wolken stuifmeel rondom de mannelijke struiken zien hangen. De wind zorgt voor de verspreiding ervan.
De vruchten zijn zogenaamde kegelbessen. Ze bestaan uit de schubben van de vrouwelijke kegel die vlezig worden en met elkaar zijn vergroeid. De bessen zijn pas in het derde jaar rijp. In het eerste jaar zijn ze groen, in het tweede jaar rijpen ze en worden ze blauwzwart. In de herfst van het derde jaar vallen ze van de struiken af en worden ze door allerlei vogels gegeten waaronder lijsterachtigen, geelgors (foto rechtsonder) en boompieper.

In een verder voedselarm landschap zijn jeneverbesstruwelen vaak wat voedselrijker door de afgevallen naalden die vrij snel verteren. Je vindt hier dan ook stikstofminnende plantensoorten zoals vogelmuur, gewone hoornbloem en gewone hennepnetel.
Een jeneverbesstruweel biedt allerlei dieren een schuilplek en verschillende vogels broeden erin. Er zijn vijftig soorten insecten afhankelijk van de jeneverbes. Bij verschillende roestschimmels treedt de jeneverbes als waardplant op. Er zijn paddenstoelen die als opruimers specifiek op dode naalden, stronken en takken van jeneverbes voorkomen. De schimmels die samenleven met jeneverbes, zijn schimmels die ín de wortels leven en dus geen paddenstoelen vormen. (Zie uitleg bij dag 293.)

Jeneverbessen groeien langzaam. Ze kunnen zuilvormig zijn of grillige vormen hebben doordat afgebroken takken weer uitlopen. Jeneverbessen kunnen oud worden. Een probleem is de verjonging en daardoor zou de soort op termijn uit ons land kunnen verdwijnen, samen met de soorten die van de jeneverbes afhankelijk zijn.
Jeneverbessen zijn pioniers die op termijn opgevolgd worden door zomereik en grove den. De zaden ontkiemen in open zand, bijvoorbeeld op plekken waar de bodem regelmatig wordt verstoord. Niet alleen het tekort aan stuivende open plekken is een probleem. Ook de beperkte kiemkracht van de zaden, jonge boompjes die opgegeten worden, bodemverzuring en stikstofdepositie spelen een rol. Om meer inzicht in te krijgen in de relatie tussen jeneverbes, bodemschimmels en stikstof is de vakgroep Ecologie en Natuurbeheer van de Rijksuniversiteit Groningen in 2017 een vijfjarige studie gestart. Hieruit is gebleken dat het aantal samenwerkende schimmelsoorten afneemt door de stikstofdepositie. Bovendien verdwijnen door de stikstofdepositie voedingsstoffen uit de bodem, wat de samenwerking tussen jeneverbessen en schimmels verhindert. De struiken krijgen zo onvoldoende voedingsstoffen binnen en daardoor is slechts 1% van de zaden kiemkrachtig. Verder zorgt veel stikstof er bovendien voor dat er veel meer grassen op de heide groeien en er minder ruimte voor ontkieming is. Meer hierover in het programma Atlas van september 2022.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘕𝘦𝘥𝘦𝘳𝘭𝘢𝘯𝘥𝘴𝘦 𝘰𝘦𝘤𝘰𝘭𝘰𝘨𝘪𝘴𝘤𝘩𝘦 𝘧𝘭𝘰𝘳𝘢, 𝘫𝘦𝘯𝘦𝘷𝘦𝘳𝘣𝘦𝘴𝘨𝘪𝘭𝘥𝘦.𝘯𝘭, 𝘳𝘶𝘨.𝘯𝘭, 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢

Plaats een reactie