Soort van dag 339: wadpieren

(5 december 2023)

Vandaag is het Wereldbodemdag. Ieder jaar organiseert de FAO (de Voedsel- en Landbouw-organisatie van de Verenigde Naties) de World Soil Day om mensen bewust te maken van het belang van een gezonde bodem voor het functioneren van ecosystemen en voor ons welzijn.
Niet alleen landbodems, maar ook gezonde onderwaterbodems zijn van groot belang. Daarom vandaag aandacht voor een soort van zoutwaterbodems: de wad- of zeepier. Achter de ‘wadpier’ gaan overigens twee soorten schuil: de roodbruine wadpier en de zwarte wadpier (ook wel Franse tap genoemd).

Wadpieren horen tot de borstelwormen, een klasse van de rondwormen. Vrijwel alle borstelwormen leven in zee. Er zijn soorten met een lengte van een millimeter en soorten van bijna drie meter lang. In onze zoute wateren komen ruim tweehonderd soorten voor.
Het lichaam van een borstelworm bestaat uit segmenten met een paar aanhangsels (pootjes, parapoden), soms met ‘borstels’. Je hebt vrij zwemmende, gravende, kruipende en kokerbewonende soorten. Wadpieren horen tot de gravers. De zager (zeeduizendpoot) leeft in de bodem en kan goed zwemmen. Kokerwormen leven in een koker. Hiervan kun je de lege kokertjes soms op het strand vinden (foto rechtsonder). Sommige borstelwormen zijn predatoren zoals de zager die wadpieren eet. Zeepieren eten (bacteriën op) organisch afval en micro-algen. Kokerwormen halen met tentakels hun voedsel uit het water. Ook zijn er soorten die water filteren.
Bij wadpieren kun je drie onderdelen onderscheiden: het voorste deel heeft borstels. Het middengedeelte heeft borstels en uitwendige kieuwen. En tenslotte is er een dunner staartgedeelte zonder borstels. Jonge dieren zijn vleeskleurig. Oudere dieren zijn rood tot roodbruin of zwartbruin. Ze kunnen 10-12 cm lang en zes jaar oud worden.

De wadpier leeft in de zone die droogvalt bij eb tot enkele meters daaronder. Het is een zeer algemene soort van de zandplaten en slikken van de Waddenzee en het Deltagebied. Ook komt hij voor in wateren met een min of meer vast peil zoals de Grevelingen (foto rechts midden) en het Veerse Meer. Wadpieren zijn bestand tegen extreme omstandigheden zoals hitte, uitdroging en vorst.
Heel hun volwassen leven ze ingegraven in het zand, in een U-vormige buis die tot ca. 30 cm diep gaat. Aan de ene kant van de buis eet het dier zand, waardoor er een trechter ontstaat waarin bodemdeeltjes van het oppervlak verdwijnen. Tussen die bodemdeeltjes zit het voedsel: organisch afval, bacteriën en kiezelwieren die op de bodem leven. Aan de andere kant van de U zie je de kenmerkende pierenhoopjes, bestaande uit uitgepoept zand. Via deze opening komt ook water de gang in waaruit het dier zuurstof haalt.
Door al hun activiteiten brengen de wadpieren de bodem in beweging die daardoor zuurstofrijker wordt en extra voedingsstoffen vrijkomen. Dat komt allerlei andere diertjes ten goede.

De voortplanting gaat kort samengevat als volgt. Op tweejarige leeftijd is de wadpier geslachtsrijp. Ze planten zich in het najaar voort. Het vrouwtje legt haar eitjes onder in de U-bocht. Met het water dat zuurstof levert, komen de spermacellen de gang binnen. Larfjes leven drie tot vier weken in en rond de gang bij hun moeder die gedurende die tijd niet eet. Als ze een paar segmenten met borstels hebben ontwikkeld, kruipen ze naar het oppervlak, worden vervolgens meegenomen door de getijstroom en brengen hun eerste winter op een beschutte plek door in een soort slijmkoker in de bovenste laag van de bodem. Daarna komt er een fase waarin ze zich weer mee laten voeren met de getijstromen en tenslotte vestigen ze zich op de plek waar ze hun eigen gang graven.

De wadpier is een belangrijke voedselbron voor allerlei vogels en platvissen. Bij laag water zoeken rosse grutto, zilverplevier, wulp, scholekster, visdiefje, bontbekplevier en bonte strandloper naar wadpieren. Als een pier met zijn ‘staart’ aan het oppervlak komt om zich van het zand te ontdoen, pikken ze hem uit de grond. Bij hoog water zijn het platvissen als schol en bot die op het wadpieren voorzien hebben. Zij eten vooral de ‘staart’ (die vervolgens weer kan aangroeien). Mensen gebruiken wadpieren als aas bij het vissen (foto linksonder).

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats. De wadpier is voorgedragen door Bart de Koning.

𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘌𝘤𝘰𝘭𝘰𝘨𝘪𝘴𝘤𝘩 𝘱𝘳𝘰𝘧𝘪𝘦𝘭 𝘋𝘦 𝘞𝘢𝘥𝘱𝘪𝘦𝘳 (1991), 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢, 𝘕𝘢𝘵𝘶𝘳𝘦 𝘛𝘰𝘥𝘢𝘺, 𝘸𝘢𝘥𝘥𝘦𝘯𝘢𝘤𝘢𝘥𝘦𝘮𝘪𝘦.𝘯𝘭

Plaats een reactie