(16 december 2023)
Nog tot in februari kun je zwarte bessen aan ligusterstruiken zien hangen. De meeste mensen kennen deze struik als tuinplant, vaak in de vorm van een haag. Dan gaat het veelal om de haagliguster, een soort die van nature voorkomt in Japan en Zuid-Korea. De wilde liguster is inheems in ons land. Ook deze struik wordt wel als haag gebruikt. Beide soorten zijn half wintergroen. Het blad blijft tot in de winter aan de struiken. In milde winters behouden ze grotendeels hun blad, vooral de haagliguster. Beide soorten kunnen goed tegen snoeien, maar in een haag zul je niet veel besjes vinden.
Liguster behoort tot de olijffamilie. Andere soorten uit deze familie zijn de en de uitheemse soorten olijfboom, sering, forsythia en winterjasmijn. De struik kan, als hij niet gesnoeid wordt, zo’n drie meter hoog worden. De (room)witte bloemen hebben een sterke, aangename geur. Aan de pluimvormige bloeiwijze zie je de verwantschap met de sering. De bloemen worden bestoven door vliegen, bijen, hommels, kevers en vlinders. De bruine eikenpage heeft een voorkeur voor de nectar van liguster. Ook parelmoervlinders komen er graag op af.
Jonge takken zijn kort zachtharig en o.a. daarmee kun je hem onderscheiden van de haagliguster; daarvan zijn de jonge takken kaal. Ook de vorm van het leerachtige blad en de bloemen zijn wat anders.
De bessen zijn eerst groen en verkleuren later naar zwart (bij haagliguster blijven ze vaak groen). De rijpe, zwarte bessen worden o.a. gegeten door fazant, zwartkop en lijsterachtigen. En met een beetje geluk zie je zelfs pestvogels ervan eten als ze in ons land zijn. De bessen, maar ook andere delen van de liguster, zijn voor mensen giftig.
Wilde liguster is een indicator van kalkrijke bodems. Je vindt de struik bij ons vooral in de duinen en Zuid-Limburg. Hij groeit in bosranden, op hellingen en in duinstruwelen. De struiken groeien vaak in dichte groepen doordat ze veel opschot maken. De noordgrens van het natuurlijk verspreidingsgebied loopt dwars door Nederland. Verder wordt de struik aangeplant en verwildert hij.
O.a. wilde liguster, sering en es zijn waardplanten van de ligusterpijlstaart, een grote nachtvlinder met een opvallende rups. Op deze struiken kun je ook de rupsen van de schedeldrager en de seringenmot vinden. Verder hebben een galmug, een bladluis en diverse motten (kleine nachtvlinders) de wilde liguster als waardplant.
De naam liguster is afgeleid van de wetenschappelijk geslachtsnaam Ligustrum. Dat komt vermoedelijk weer van ‘ligare’ wat binden of vlechten betekent. Van de buigzame twijgen van liguster werden vroeger namelijk manden gevlochten. Er bestaan ook streeknamen voor deze struik zoals heeg, heggensering, haagjes en wilde sering.
Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats: .
𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘕𝘦𝘥𝘦𝘳𝘭𝘢𝘯𝘥𝘴𝘦 𝘰𝘦𝘤𝘰𝘭𝘰𝘨𝘪𝘴𝘤𝘩𝘦 𝘧𝘭𝘰𝘳𝘢, 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢, 𝘕𝘢𝘵𝘶𝘳𝘦 𝘛𝘰𝘥𝘢𝘺, 𝘷𝘰𝘨𝘦𝘭𝘣𝘦𝘴𝘤𝘩𝘦𝘳𝘮𝘪𝘯𝘨.𝘯𝘭
