(26 december 2023)
Een plaatjeszwam die ook in de winter te vinden is, is de gewone oesterzwam (zie foto’s). Ze zijn er het hele jaar wel, maar de meeste zie je na de eerste nachtvorst. Je vindt hem op dode stammen van allerlei bomen, vooral op die van beuk, wilg en populier. De schimmel veroorzaakt zogenaamde witrot. De gewone oesterzwam is een afbreker en ook necrotroof. Dat betekent dat de schimmel eerst parasitair is op een oude of verzwakte boom. Als de boom dood is, breekt de schimmel het hout verder af. De gewone oesterzwam is een zeer algemene soort die je door het hele land vindt in parken en bossen, op houtwallen en laanbomen.
Gewone oesterzwammen groeien dakpansgewijs in bundels, altijd op hout. De groeiwijze heeft wel wat weg van een oesterbank; vandaar de naam. Het heeft niks met de smaak of textuur van de paddenstoel te maken.
De hoed van de gewone oesterzwam kan allerlei grijstinten hebben: grijsbruin, blauwgrijs of duifgrijs. De paddenstoelen zijn met een korte steel zijdelings aangehecht. De lamellen zijn wit en lopen langs de steel af. Tussen de lamellen zitten dwarsverbindingen.
Oude exemplaren van de gewone oesterzwam zou je kunnen verwarren met oude exemplaren van de groene schelpzwam; jong zijn deze olijfgroen.
In ons land komen in totaal zes soorten oesterzwammen voor. Ze ruiken allemaal naar champignons en zijn allemaal eetbaar. De bleke, schubbige en trechteroesterzwam zijn soorten die (matig) algemeen voorkomen. De bleke oesterzwam heeft een bijna witte hoed en verschijnt al veel eerder in het jaar. Je vindt hem o.a. in wilgenvloedbossen. Bij de trechteroesterzwam lopen de lamellen nog verder langs de steel af en zijn de dwarsverbindingen tussen de lamellen netvormig. Ze zijn niet zo grijs, maar bruin tot okerkleurig. Je vindt ze vooral op iep en wilg, in parken en bossen. De schubbige oesterzwam is bleekgrijs en de hoed is bij jonge exemplaren vezelig. De grauwe oesterzwam lijkt hier veel op, maar die is zeer zeldzaam. Verder is er een zeldzame soort die niet op hout groeit, maar op afstervende wortels van kruisdistels: kruisdisteloesterzwam, ook wel duinvoetje genoemd.
Er is nog een paddenstoel met ‘oesterzwam’ in zijn naam, namelijk de oranje oesterzwam. Maar deze ruikt naar rotte eieren en bedorven kool.
Er zijn drie soorten oesterzwam die heel smakelijk zijn: gewone oesterzwam, bleke oesterzwam en kruisdisteloesterzwam. De laatste vind je in de winkel en in recepten onder de naam ‘koningsoesterzwam’ of (verwarrend) ‘koningsboleet’; een heerlijke paddenstoel die wij regelmatig gebakken als vleesvervanger eten.
Zomaar oesterzwammen oogsten in de natuur doe ik niet en bovendien is het in principe niet toegestaan en wordt het gezien als stroperij. Op de terreinen van Natuurmonumenten is wildpluk helemaal verboden. Dit zijn de wildplukregels die Staatsbosbeheer hanteert.
Gelukkig kun je oesterzwammen kopen en ook heel goed zelf kweken. Meestal worden ze op stro gekweekt, maar ook wel op houtstammen, houtpulp en zelfs koffieprut. Dat laatste heb ik ook een paar keer gedaan (foto rechtsonder). Als je op internet zoekt onder ‘oesterzwammen zelf kweken’ kom je allerlei aanbieders van ‘broed’ tegen. Ook broed voor koningsoesterzwammen is via internet te koop.
Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.
𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢, 𝘕𝘢𝘵𝘶𝘳𝘦 𝘛𝘰𝘥𝘢𝘺, 𝘣𝘰𝘦𝘬: 𝘝𝘦𝘭𝘥𝘨𝘪𝘥𝘴 𝘗𝘢𝘥𝘥𝘦𝘯𝘴𝘵𝘰𝘦𝘭𝘦𝘯 𝘐, 𝘣𝘰𝘦𝘬: 𝘋𝘦 𝘨𝘳𝘰𝘵𝘦 𝘱𝘢𝘥𝘥𝘦𝘯𝘴𝘵𝘰𝘦𝘭𝘦𝘯𝘨𝘪𝘥𝘴 𝘷𝘰𝘰𝘳 𝘰𝘯𝘥𝘦𝘳𝘸𝘦𝘨, 𝘰𝘰𝘨𝘴𝘵𝘦𝘯𝘻𝘰𝘯𝘥𝘦𝘳𝘻𝘢𝘢𝘪𝘦𝘯.𝘯𝘭
