(28 december 2023)
Elke avond als wij naar bed gaan, zien we er een paar wegschieten: papiervisjes. Deze lichtschuwe insecten komen in veel huizen voor, overigens pas sinds de jaren ’80. Ze komen oorspronkelijk voor in Azië, Afrika en Oceanië. Ze zijn onopzettelijk via vervoer over water en door de lucht in ons land terecht gekomen, mogelijk met verpakkingsmaterialen of natuurlijke materialen uit hun leefgebieden (planten, grond, hout).
Papiervisjes horen tot de groep van de zilvervisjes. Dat zijn primitieve insecten waarvan wereldwijd meer dan zeshonderd soorten voorkomen. Ze hebben zes poten, maar geen vleugels. Hun lichaam is langwerpig en versmalt aan het eind. Kenmerkend zijn de drie lange staartdraden. Ook hebben ze lange antennen. In ons land zijn een paar soorten aangetroffen, allemaal exoten.
De soort zilvervisje, ook wel suikergast genoemd, komt al sinds eind 19e eeuw in ons land voor. Je vindt hem in huizen op vochtigere plekken dan het papiervisje. Ze worden ook wel buitenshuis aangetroffen, onder schors en in mierennesten. Het zilvervisje heeft kortere antennen en staartdraden dan het papiervisje. Verder zijn papiervisjes platter en sterker behaard. De dieren heten ‘visje’ omdat ze kronkelig bewegen.
Alle zilvervissoorten zijn opruimers. Ze leven in onze huizen van voedselresten, papier en ander organisch materiaal (dode insecten en mijten, schimmels). Daarom kunnen ze schadelijk zijn, m.n. het papiervisje dat vrijwel uitsluitend cellulose en zetmeel eet, dus ook papier.
De van oorsprong tropische dieren houden van warmte; bij lagere temperaturen (onder de 16 graden) gaan ze in overlevingsstand. Ze eten niet meer en vervellen ook niet meer. Een temperatuur van 1 graad kunnen ze in verstijfde toestand maanden overleven.
Het zijn insecten waarvan de jongen (nimfen) hetzelfde eruit zien als de ouders. Ze vervellen een aantal keer voordat ze volwassen zijn. Onder ideale omstandigheden (24 graden en een relatieve luchtvochtigheid van 60%) doet een papiervisje daar veertien maanden over. De ideale omstandigheden voor een zilvervisje zijn 25 graden en een relatieve luchtvochtigheid van 75%. Ook als volwassen insect blijven het zilvervisje en papiervisje vervellen. Papiervisjes kunnen 7 tot 8 jaar oud worden, het zilvervisje 2 tot 3 jaar.
Helaas hebben wij dus papiervisjes in huis. Ze zitten vooral in dozen op zolder. Vorig jaar vond ik de resten van papiervisjes in de verpakking van kerstballen (foto bovenaan). Hier vind je tips om van ze af te komen. Het is in elk geval belangrijk om te ventileren en ervoor te zorgen dat je huis niet te vochtig is. Ze zitten bij ons dan ook niet in de woonkamer (waar de lucht vrij droog is), maar in andere ruimtes. Wij hebben verder lijmvallen staan en zuigen ze regelmatig op. En we laten spinnen zitten. Hopelijk is dat voldoende om het aantal en eventuele schade binnen de perken te houden.
Er komen nog meer soorten zilvervisjes in ons land voor. Het ovenvisje dat sinds eind 19e eeuw in ons land voorkwam, wordt niet meer waargenomen. Sinds kort is er een Zuid-Europese soort bijgekomen, het vierstreepzilvervisje. Deze heeft opvallende gele lengtestrepen op zijn rug.
In 2021 en 2022 werd op verschillende locaties een ‘nieuw’ zilvervisje gevonden. Dit goudkleurige zilvervisje heeft de naam mierengoudvisje gekregen, omdat het in mierennesten leeft. Ze zijn gevonden door gewoon een paar stoeptegels op te lichten. Ze zijn klein (6 mm lang), hebben vijf staartdraden en geen ogen.
Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.
𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘕𝘢𝘵𝘶𝘳𝘦 𝘛𝘰𝘥𝘢𝘺, 𝘮𝘪𝘭𝘪𝘦𝘶𝘤𝘦𝘯𝘵𝘳𝘢𝘢𝘭.𝘯𝘭, 𝘬𝘢𝘥.𝘯𝘭, 𝘴𝘰𝘰𝘳𝘵𝘦𝘯𝘳𝘦𝘨𝘪𝘴𝘵𝘦𝘳.𝘯𝘭, 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢, 𝘏𝘦𝘵 𝘨𝘦𝘭𝘦𝘦𝘥𝘱𝘰𝘵𝘪𝘨𝘦𝘯𝘣𝘰𝘦𝘬
