Engels raaigras is enorm eiwitrijk en wordt daarom tegenwoordig op het grootste deel van de weilanden ingezaaid als voer voor melkkoeien. Dat betekent: weilanden zonder bloemen, met weinig insecten en weidevogels en met een arm bodemleven. Maar wel een gedekte tafel voor grazende wintergasten zoals diverse ganzen-, zwanen- en eendensoorten.
Weilanden met Engels raaigras zijn er genoeg in onze omgeving. Tijdens een autoritje door de polders ten westen van Zevenhoven (Zuid-Holland) zagen we grote groepen knobbelzwanen. We keken of we daartussen wilde zwanen konden ontdekken; die worden hier namelijk elk jaar waargenomen (bron: IVN Nieuwkoop). En ja hoor: auto aan de kant, alarmlichten aan (het was langs een smalle weg met uitwijkplaatsen) en verrekijker in de aanslag. Daar zagen we samen met een paar knobbelzwanen zes wilde zwanen. Kleine zwanen zijn in deze polder ook gezien, maar niet door ons.
Omdat het gras veevoer is, zijn zwanen (en ganzen) meestal niet welkom. Op de website van BIJ12 vind je allerlei preventieve maatregelen die een agrariër kan treffen om zwanen te weren of te verjagen. Op knobbelzwanen mag geschoten worden (met ontheffing; voor verjaging en populatiebeheer). Wilde en kleine zwanen zijn streng beschermd. Eventuele schade na het nemen van preventieve maatregelen wordt vergoed. Wil je juist iets doen voor de grazende wintergasten, dan kun je met subsidie en onder allerlei voorwaarden een speciale wintergastenweide aanleggen.
Wilde zwanen broeden op IJsland en in het noorden van Scandinavië en Rusland. De Scandinavische broedvogels overwinteren aan de westkant van de Oostzee en in Denemarken, het noorden van Duitsland en Nederland. Ons land bevindt zich aan de zuidwestrand van het overwinteringsgebied. Ze overwinteren bij ons met zo’n 2.500 exemplaren, maar als het zoals nu erg koud is in de overwinteringsgebieden, kunnen het er wel 7.000 zijn.
Kleine zwanen hebben een kortere nek en minder geel op de snavel dan wilde zwanen. Zij overwinteren in grotere aantallen in ons land. Knobbelzwanen zijn ongeveer net zo groot als wilde zwanen en minder slank. Verder hebben zij een oranje snavel, met een knobbel.
Wilde zwanen eten het liefst ondergedoken waterplanten. Als die er onvoldoende zijn, gaan ze over op gras, wintertarwe en oogstresten. Vorige week waren we in Zeeland en hoopten we ze daar ook te zien op de resten van voederbieten. Maar helaas. Daarom is het extra leuk dat we ze vandaag dicht bij huis wel hebben kunnen waarnemen.
Bronnen: vogelbescherming.nl, bij12.nl, Wikipedia
