Natuursprokkel 3: Voetstapjes in de sneeuw

“Kijk!… voetstappen in de sneeuw. Kleine voetstapjes maar; hier een kuiltje, dáár een kuiltje. Dat hebben vast twee kleine klompjes gedaan. Maar van wie zouden die kleine klompjes zijn? Het land is wit en wijd en stil. Er is niemand. Twee zwarte kraaien zitten op een witte boom. En ’t is bitterkoud.”
Dit zijn de beginregels van het boekje ‘Voetstapjes in de sneeuw’ van W.G. van de Hulst uit 1953. Ik vond het vroeger een spannend verhaal en huiverde bij het idee dat het meisje kwijt was en daar ergens in die koude, witte wereld op de grond lag. Natuurlijk liep het goed af.
Een stil, wijds, wit landschap: daar houd ik op zijn tijd wel van. En dan ga ik graag op zoek naar sporen om te zien welke dieren daar wonen of geweest zijn. (En stilletjes hoop ik natuurlijk dan iets heel bijzonders te vinden.)

Ook in onze tuin zijn in het dunne laagje sneeuw dat er nog ligt, diverse sporen te vinden. De meest opvallende zijn die van eksters, fazanten, hazen en een kat. Tenminste, ik denk dat die van een kat is. Ik vind diersporen (en zeker pootafdrukken) best moeilijk ‘te lezen’. Daarom dat ik me heb opgegeven voor een online cursus diersporen.
De sporen op het ijs zijn van een haas. Die zijn makkelijk te herkennen als je weet hoe hazen lopen: ze zetten hun achterpoten vóór hun voorpoten. De twee voorste afdrukken naast elkaar zijn van de achterpoten; de andere twee van de voorpoten.
De sporen van de ekster zijn bij ons vooral rond het kippenhok te vinden. Ze komen daar altijd even kijken of er nog een graantje mee te pikken valt. Soms betrappen we een ekster ín het kippenhok, als de kippen in de tuin rondscharrelen. Maar zodra de ekster ons in het vizier krijgt, is hij weg. Eksters hebben een lange staart en die sleept over de grond tijdens het lopen (pootafdrukken achter elkaar) en hippen (pootafdrukken naast elkaar). Ook kun je de prent herkennen aan de stand van de tenen: de achterteen verspringt iets ten opzichte van de middelste teen (staat niet in het verlengde).
Fazanten beschouwen onze tuin als hun huis en de moestuin als hun restaurant. Hun loopspoor zag ik wel, maar de vogels waren vandaag blijkbaar elders aan het rondscharrelen. Terwijl de ekster een duidelijke achterteen heeft, is die bij de fazant net zoals bij alle hoenderachtigen heel kort.
We hebben zelf geen katten meer en ik zie overdag eigenlijk nooit een kat in onze tuin. Maar de sporen wijzen uit dat er wel eens eentje langskomt. De kat heeft vooral keurig over de paadjes gelopen en bij de sloot gekeken. Daar op de vlonder kwamen verschillende sporen bij elkaar.

Andere sporen die ik zag, waren van druppels die in de sneeuw waren gevallen en wat vage sporen van kleine vogeltjes en een klein zoogdier. Inmiddels vond ik ook overal mijn eigen sporen. Dus maar weer wachten op een volgend laagje sneeuw. En misschien weet ik dan inmiddels meer over prenten (pootafdrukken) zodat ik ze allemaal kan herkennen.

Plaats een reactie