Distelfauna deel 2

Op 28 juni schreef ik een bericht over het leven op en rond een speerdistel die nog niet in bloei stond. Meer dan vijftig soorten kleine beestjes had ik gezien. Vooral de onderlinge samenhang tussen de soorten maakte het zo interessant om het leven op deze plant te volgen.

Eind juni begon de speerdistel te bloeien en dat trok weer allerlei andere insecten aan. Inmiddels vliegen de eerste pluizen met zaadjes in het rond: voer voor o.a. puttertjes (distelvinken). Na de bloei zullen de planten afsterven en ook bij dat proces zullen weer allerlei organismen een rol spelen.

De bloemen van de speerdistel zijn erg in trek bij groot koolwitje, dagpauwoog en atalanta.

Ook hommels zijn gek op de nectar en het stuifmeel van de speerdistel. Bovenaan zie je een boomhommel, hommels van de aardhommelgroep en een tuinhommel. Onderaan zie je links een akkerhommel (meest voorkomende hommel in onze tuin) en rechts een mannetje van de steenhommel. Hij steekt een van zijn middelste pootjes omhoog. Dat is een waarschuwingsteken; blijkbaar kwam ik met de camera te dichtbij.

Ook allerlei soorten (zweef)vliegen vind je op de bloemhoofdjes. Bovenaan zie je links een bosbijvlieg en rechts een snorzweefvlieg. Die laatste heeft misschien wel als larve gegeten van de bladluizen op de plant. Onderaan zie je een bessenbandzweefvlieg en citroenpendelvliegen.

Ook na 28 juni heb ik nog steeds gekeken naar beestjes op bladeren en stengels. Want er zitten nog steeds bladluizen op de plant.

Bovenaan zie je twee wantsen: miersikkelwants en slanke diksprietblindwants. Daaronder een sluipwesp (Gelis melanocephalus) en rode hooiwagen.

Tenslotte heb ik het vergaan van twee strontvliegen gevolgd die besmet waren geraakt met een schimmel (Entomophthora muscae). Een is met de harde wind begin deze maand van de plant gewaaid. Van de andere resten nog de pootjes. Wat moet die vlieg zich vastgeklampt hebben aan de plant!

De eerste foto is van 11 juni, de laatste van afgelopen weekend.

Op verschillende plekken in het gras zijn inmiddels de rozetten te zien die volgend jaar zullen gaan bloeien. Een aantal daarvan laten we staan, want speerdistels zijn een bron van leven. Dat bleek wel uit mijn observaties van de afgelopen weken. Dat geldt ook voor de andere vederdistels in onze tuin (kale jonker en moesdistel) en voor soorten die nauw verwant zijn aan de vederdistels, namelijk de klitten en de centauries (zoals knoopkruid).

Eén gedachte over “Distelfauna deel 2”

Plaats een reactie