Soort van dag 150: zwartgerande tuinslak

(30 mei 2023)

Een veel voorkomende tuinslak is de zwartgerande. Er bestaat ook een witgerande tuinslak: deze is wat kleiner en minder algemeen. Deze wordt vooral in Zuid-Limburg en het heggenlandschap van de grote rivieren aangetroffen. De zwartgerande komt in loofbossen, tuinen, struwelen en ruigten voor.

De huisjes van de zwartgerande tuinslak komen in allerlei kleurvormen voor: donkere banden op een gele, roodbruine of zalmkleurige ondergrond. De banden kunnen ook ontbreken of juist wit zijn. Exemplaren met veel donkere strepen leven op plaatsen met veel begroeiing, minder gestreepte slakken leven vaak op open plekken zoals graslanden. Recent onderzoek wijst uit dat tuinslakken op warmere plekken zoals de stad steeds vaker een geel huisje hebben. Ze kunnen beter tegen warmte en droogte dan slakken met een donker huisje. Want geel weerkaatst het meeste zonlicht en zo zullen slakken met een geel huisje minder snel opwarmen. Zo kunnen ze zich aanpassen aan de klimaatverandering.
Zwartgerande tuinslakken hebben maximaal vijf banden. De verdikte mondrand van volgroeide slakken is gewoonlijk donker (zelden licht) van kleur. In het algemeen zijn de huisjes rechtsgewonden.

In tegenstelling tot de segrijnslak is de zwartgerande tuinslak vooral een afvaleter. Het voedsel bestaat voor een groot deel uit dood plantaardig materiaal. Daarnaast eten ze brandnetels, boterbloemen, algen, paddenstoelen en dode dieren (bijvoorbeeld dode regenwormen). Ze brengen dus minder schade toe aan tuin- en moestuinplanten dan de segrijnslak (mits er genoeg ander voedsel is).

Intrigerend is de voortplanting van landslakken. Ze zijn hermafrodiet, dus mannetje en vrouwtje tegelijk. Ze bevruchten elkaar wederzijds. Dat is wel zo handig want een partner vinden gaat niet zo snel bij slakken. Als ze elkaar gevonden hebben, wordt er een liefdespijl afgeschoten. Deze komt in de huid van de andere slak te zitten. Hiermee wordt een hormoon geïnjecteerd dat de zaadlozing stimuleert. Na de beschieting worden de lichamen tegen elkaar aangedrukt en vindt er overdracht van sperma plaats. Dat duurt zo’n tien minuten. Na de bevruchting worden de eitjes in de grond afgezet en dat duurt enkele uren. Na een paar weken komen de eitjes uit. Huisjesslakken die net uit het ei zijn gekropen, hebben al een huisje op hun rug. Na twee of drie jaar zijn ze geslachtsrijp. Tuinslakken kunnen ongeveer zeven jaar oud worden.

Hier lees je waarom ik elke dag een soort plaats.

𝘉𝘳𝘰𝘯𝘯𝘦𝘯: 𝘝𝘦𝘭𝘥𝘨𝘪𝘥𝘴 𝘚𝘭𝘢𝘬𝘬𝘦𝘯 𝘦𝘯 𝘮𝘰𝘴𝘴𝘦𝘭𝘴, 𝘞𝘪𝘬𝘪𝘱𝘦𝘥𝘪𝘢, 𝘕𝘢𝘵𝘶𝘳𝘦 𝘛𝘰𝘥𝘢𝘺

2 gedachten over “Soort van dag 150: zwartgerande tuinslak”

Plaats een reactie